Tel: 0181-616849  



Home
Winkelmandje
Contact
  Mandje is leeg
Zoeken: Uitgebreid zoeken
Voeg toe aan uw favorieten: BlinkList co.mments del.icio.us digg Furl NewsVine Reddit YahooMyWeb
Select language:
Utz antiquarische boeken :: Meubels
Printversie 

  Categorie
A course in miracles
Aardewerk
Afrika
Alternatieve geneeswijzen
Ambachten en beroepen
Amsterdam
Antiek
Antroposofie
Archeologie
Architectuur
Astrologie
Azie
Beeldhouwkunst
Bijen
Biografie
Biologie
Bloemen
Bomen
Botanica
Creatief - Hobby
Cultuurgeschiedenis
Dans
Dieren
Ecologie
Eerste Wereldoorlog
Europa
Fictie Duits
Fictie Engels
Fictie Frans
Fictie Nederlands
Fictie Nederlands en vertaald
Fictie vertaald
Film
Filosofie
Fotografie
Gedenkboeken
Genealogie
Geologie
Geschiedenis
Goud - Zilver - Juwelen
Grafiek
Grafologie
Hindoeisme
Hobby - vrije tijd
Honden
Hypnose
Ikonen
Indianen - Eskimo's
Indonesie - Nederlands-Indie
Insecten
Israel - Joden
Jacht
Jung (psychologie)
Kabbala
Kastelen
Katten
Kinder- en jeugdboeken
Kleding - Mode
Koningshuis
Krishnamurti
Kunst varia
Landen & volken
Landschap
Lokale geschiedenis - Topografie
Luchtvaart
Magie
Management & economie
Maritiem
Medisch - gezondheid
Meubels
Midden-Amerika
Midden-Oosten
Milieu
Mineralen - Stenen
Molens
Muziek
Mystiek
Natuur
Nederlandse geschiedenis
Noord-Amerika
Numismatiek
Oceanie
Oceanologie
Onderwijs & opvoeding
Oorlog
Oosterse filosofie
Oosterse geneeswijzen
Oudheid
Paarden
Paddestoelen
Pedagogie
Poezie
Prentenboeken
Psychologie
Radio - TV
Reisverhalen
Rozekruisers
Sagen - Legenden
Schilderkunst
Sociologie
Spionage
Spiritisme
Spiritueel - Esoterie
Strips
Taal- & letterkunde
Taoisme
Tapijten
Tarot
Tekenkunst
Theater
Theologie
Theosofie
Topografie
Tuinbouw
Tuinieren
Tweede Wereldoorlog
Typografie
Varia
Vissen
Voeding
Vogels
Vrijmetselarij
Vrouwen
Wetenschap & techniek
Woordenboeken
Yoga
Zoologie
Zuid-Amerika

Wat is ?

  Speciaal

  Informatie

Meubels
 

  Uw mandje
Mandje is leeg
 

Verzendkosten per
TOTALE bestelling:


Nederland € 3,75
Europa € 7,25
(max. 2 kg)
Buiten Europa € 18,-
(max. 2 kg)


Betaling na ontvangst


  Authenticatie

  Nieuws
08-12-2018
Naamloos document

Beste boekenliefhebber,

Morgen is het de tweede zondag van de Advent. Maria, de aanstaande moeder van het Christuskind, is het stralende middelpunt van de adventstijd. Maria staat ook voor de ziel van de mens die uitkijkt naar de geboorte van het kerstkind. Dit jaar kijk ik in de adventstijd naar Maria en de vier elementen. In de eerste adventsweek stond ik stil bij het element aarde en vorige week heb ik ter voorbereiding op de tweede adventsweek (de week die aanstaande zondag begint) het element water besproken. Het stuk van vandaag is bedoeld als bezinning op de derde week van de advent, die op 16 december begint. Het element van die derde week is lucht. Elk kind dat naar de aarde komt, ook het kerstkind, vormt zijn lichaam uit de elementen waaruit ook de aarde gevormd is: aarde, water, lucht en vuur. Maar niet alleen ons lichaam, het huis waarin we op aarde wonen, is uit deze elementen opgebouwd. We kunnen onze ziel, waar we ook in wonen, versterken door vier kwaliteiten die leiden tot grotere onzelfzuchtigheid. Die kwaliteiten zijn ook te verbinden met de vier elementen en uit legenden blijkt dat Maria deze kwaliteiten bezat. De afgelopen twee weken keek ik naar het element aarde en de ziele-kwaliteit vertrouwen, en het element water en de ziele-kwaliteit deemoed. Deze week is het element lucht aan de beurt.
In het Lucasevangelie vertelt de engel Gabriël aan Maria dat ze de moeder van het Christuskind zal worden. Maria schrikt hevig als Gabriël haar verschijnt, zegt het evangelie simpelweg. Nog eenvoudiger zijn de woorden uit een kerstspelletje dat in de kleuterklassen van de vrijeschool wordt opgevoerd. Daar roept Gabriël gewoon: 'Maria, doe je deurtje eens los!' Dat doet Maria. En dan vervolgt de verteller:

Maria schrók. Wie schrikt er niet,
Als hij een echte engel ziet?

Bij deze woorden kruist het kindje dat Maria speelt zijn armen voor de borst. Het is de traditionele houding van Maria op schilderijen van de Verkondiging. Vaak buigt Maria ook haar hoofd en soms wendt ze zich zelfs iets af. De verschijning van een engel is overweldigend. Vaak ervaren mensen ‒ de profeten bijvoorbeeld ‒ de oproep van een engel als te groot, ze schrikken terug voor wat hij van hen vraagt. Ook sprookjeshelden geven meestal pas na een paar keer aan een oproep van een hogere macht gehoor. Door haar gekruiste armen laat Maria zien dat ze een luisterende houding aan kan nemen zonder volledig door de enorme macht van de engel overrompeld te worden. Het gaat dus om precies de juiste afstand tussen de engel en Maria, zodat de engel zich kan openbaren en Maria in staat is te luisteren en te spreken. Ze antwoordt Gabriël. Maria is in staat in Gabriëls verschijning de stem van God te herkennen en ze heeft de moed en de tegenwoordigheid van geest om zich zonder bedenken aan Gods wil over te geven.
Hoe echt dit proces van elkaar naderen en ontmoeten is, heb ik van dichtbij een keer meegemaakt tijdens de repetities van het Kerstspel op een vrijeschool. De engel werd gespeeld door een reusachtige kerel van bijna twee meter en met een behoorlijke omvang. Een kolossale verschijning. Verschillende spelers geloofden niet dat hij een overtuigende engel kon zijn. Hij komt het toneel op bij Maria, die gespeeld werd door een jonge vrouw met een kleine gestalte. Een groot contrast met deze engel. De engel, die kolossale man dus, kwam zo dicht bij Maria dat het arme kind vertwijfeld tegen de regisseur riep: ik kan dit zo niet, hij komt veel te dicht bij. En toen gebeurde er iets wonderlijks. De engel kreeg door wat zijn machtige gestalte met Maria deed. Bij een volgende poging ging hij al een stuk behoedzamer op Maria af, en leek af te tasten waar het kritieke moment voor haar was, dat ze nog in staat was iets te doen en niet van schrik in elkaar moest duiken. Na een paar keer zag het er al heel anders uit. De engel was tegelijk subtiel en imposant. Een unieke combinatie. Deze speler moesten werkelijk bij zichzelf voelen waar de grenzen lagen. Welke ruimte er nodig was tussen hen om de ontmoeting van een mens met een engel, een geestelijk wezen, waar te maken.
Tegenwoordigheid van geest, in staat zijn in elke situatie bij jezelf te blijven en je tegelijk zo open te stellen dat je het bovenpersoonlijke achter zo'n situatie ziet en erop inspeelt: dat is de kwaliteit van het element lucht. Lucht heeft evenmin als water een eigen vorm en is meestal zelfs onzichtbaar. Het is ook het element waar we ons leven lang op zijn 'aangesloten'. Van ons eerste kreetje tot onze laatste zucht kunnen we niet zonder lucht. Tegelijk delen we de lucht met alle levende schepsels. Van een stuk land of water kun je zeggen: dit is nu van mij ‒ maar van lucht niet. Lucht is van iedereen. Alleen als je inademt, eigen je je eventjes een stukje lucht toe, om het dan bij het uitademen weer los te laten.
Lucht is niet alleen de lucht die we inademen of de wind. Het is ook de drager van klank, van het scheppende woord. Misschien dat daarom het griekse woord 'pneuma' zowel 'lucht' als 'geest' betekent en ook het hebreeuwse 'roeach' betekent lucht, adem, wind en geest. Lucht werd gezien als het element waarin het geestelijke aanwezig kan zijn en zichtbaar of hoorbaar kan worden. Wat weten we nu eigenlijk van dat geestelijke? In een artikel dat ik ooit voor Motief (Tijdschrift voor antroposofie) vertaalde, merkte Wolfgang Garvelmann op dat je door studie van de antroposofie het idee kunt krijgen dat je veel van het geestelijke weet. Totdat de eerste eigen geestelijke ervaring zich aandient: dan blijkt dat het geestelijke niet alleen altijd onverwacht komt, maar ook altijd anders is dan je dacht dat het zou zijn en bovendien ook vaak overweldigend en verwarrend. De kwaliteit die nodig is om je staande te houden tegenover het onverwachte, overweldigende en verwarrende, is tegenwoordigheid van geest. Die kwaliteit zorgt ervoor dat je net als Maria dadelijk kunt besluiten om met overgave ja te zeggen tegen de engel: 'De Heer wil ik dienen: laat met mij gebeuren wat u hebt gezegd.'

De boeken zijn zoals gewoonlijk in normale antiquarische staat. Als dat niet zo is, dan vermelden we dat onder bijzonderheden.

Wilt u bij het bestellen uw naam en volledige adres vermelden, zodat we altijd uw actuele adres hebben?
De boeken die we via deze mail aanbieden, staan nog niet op onze website. De aanbieding geldt dus alleen voor alle nieuwsbriefabonnees.
Bestellingen kunnen we daarom ook uitsluitend ontvangen per e-mail naar info@utz.nl. We behandelen de aanvragen strikt in volgorde van binnenkomst.
En nog steeds geldt: bij bestellingen vanaf euro 30,00 betaalt u maar halve verzendkosten.

Met vriendelijke groet,

Nard Besseling en Tineke Croese
Utz Verzendantiquariaat
info@utz.nl – www.utz.nl – 0181 616 849

----------------------------------------------------------------------------

Overzicht van thema's
‒ Hemelse boodschappers, hemelse klanken: muziek (nrs. 1641-1646)
‒ Over de cultus, meditatie: innerlijke stilte (nrs. 1647-1653)
‒ Karl König, Kaspar Hauser, kinderboeken(nrs. 1654-1659)
‒ Legenden over de kindertijd en de beide Jezuskinderen (nrs 1660-1664)
‒ Twee grote ingewijden en hun leer: Boeddha en Zarathoestra (nrs. 1665-1670)
‒ Rond het kerstfeest, Angelus Silesius en Jacob Böhme (nrs. 1671-1676)
‒ Heilige klanken en geuren, schilderen met licht (nrs. 1677-1680)

----------------------------------------------------------------------------

1641. Hella Krause-Zimmer
Warum haben Engel Flügel? Der Engel als Bild und Begegnung
Freies Geistesleben, 2e dr. 1999. Gebonden met stofomslag, 84 p.
Bijz.: duitstalig. Prima exemplaar. Gedrukt op glad papier. Met 23 illustraties, waarvan 6 in kleur. Formaat 11,5 x 17,5 cm. Uit de serie falter, nr. 16
Voor mensen uit vroegere tijden waren engelen en andere geestelijke wezens een realiteit. Toen de cultuur intellectueler werd, verdween de gevoeligheid voor deze wezens. Het is een merkwaardig fenomeen dat engelen, die verdwenen leken uit ons denken en onze beleving, tegenwoordig gewoon weer opduiken in 'banale' boeken, songteksten en films. Waar komt die behoefte aan engelen vandaan? Voelen we dat we niet compleet zijn zonder engelen? En zijn wij omgekeerd ook uit het bewustzijn van de engelen verdwenen of maken engelen de mens nog steeds zichtbaar voor hogere geestelijke wezens? Een van de manieren om de engel opnieuw te benaderen, is via de beeldende kunst uit tijden waarin de engel nog voor veel mensen een realiteit was. Hella Krause-Zimmer bekijkt engelen op schilderijen uit de vroege middeleeuwen en de renaissance. Ze ontdekt dat het artistieke beeld van engelen vaak aansluit bij beschrijvingen zoals we die uit de antroposofie kennen. Met haar fijnzinnige waarnemingen slaat Hella Krause-Zimmer een brug tussen de moderne mens en de eeuwige wereld van de engelen.
Prijs: € 10,00

1642. Onder dit nummer bieden we u 2 titels aan. De prijs per titel is verschillend. Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

[A] Barrie Carson Turner
Hark! The Herald Angels Sing
Frances Lincoln in association with the National gallery Publications 1993. Gebonden met stofomslag, 44 p.
Bijz.: engelstalig. Boek met 18 christmas carols met muzieknotatie en 20 afbeeldingen in kleur uit de beeldende kunst. Gedrukt op glad, getint papier. Formaat 22,5 x 28,5 cm. Met een index van schilderijen
Dit boek bevat 18 bekende engelse christmas carols. Met het arrangement van Barrie Carson Turner kunnen ze niet alleen gemakkelijk gezongen worden, maar ook op piano en gitaar worden gespeeld. De carols zijn: 1. Angels, from the Realms of Glory. 2. In the Bleak Midwinter. 3. The First Nowell. 4. Silent Night. 5. O Come, All Ye Faithful. 6. The Holly and the Ivy. 7. Hark! The Herald Angels Sing. 8. Once in Royal David's City. 9. God Rest You Merry, Gentlemen. 10. O Little Town of Bethlehem. 11. See Amid The Winter's Snow. 12. Good King Wenceslas. 13. Away in a Manger. 14. When Shepherds Watched. 15. We Three Kings. 16. Deck the Hall. 17. O Christmas Tree. 18. We Wish You a Merry Christmas. Elke carol werd verlucht met een schilderij dat een gedeelte uit het kerstverhaal uitbeeldt. De meeste afbeeldingen zijn paginagroot. De index laat van elk schilderij een afbeelding in het klein zien, met informatie over de schilder, de tijd waarin het geschilderd werd (van de 14e tot de 17e eeuw) en het uitgebeelde thema. Mooie combinatie van liedboek en kunstboek.
Prijs: € 10,00

[B] Francesca Crespi
Kling Klokjes Klingeling. Kerstliedjes met toeters en bellen
Zirkoon 1997. Gebonden, 8 p.
Bijz.: pop-up prentenboek met tekst en muziek van 5 kerstliedjes
Er zijn in totaal 5 dubbele pagina's. Op elke dubbele pagina staat 1 kerstlied en 1 pop-up voorstelling. Op 3 van de 5 voorstellingen zit ook een beweegbaar element in de tekening: als je aan een lipje trekt, luiden 2 koorknapen de kerkklokken, wordt een groep zingende engelen zichtbaar of verschijnt de ster van de Driekoningen in volle pracht. Mooie combinatie van beweegbaar prentenboek en liedjesboek
De kerstliedjes zijn: O Denneboom, Stille Nacht, Gloria in Excelsis Deo, Er is een kindeke en Kling, klokjes klingelingeling.
Prijs: € 8,00
Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

1643. Anny von Lange
Mensch, Musik und Kosmos. Anregungen zu einer goetheanistischen Tonlehre
Band 1: Novalis Verlag 1956. Gebonden met stofomslag, 375 p.
Band 2: Verlag Die Kommenden 1968. Paperback met stofomslag, 187 p.
Bijz.: duitstalig. Met in elk deel voorbeelden in muzieknotatie en kleine tekeningen in zw/w. Deel 1: stofomslag heeft kleine scheurtjes op de hoeken en boven- en onderaan de rug. Boven- en onderrand en de zijranden van het stofomslag zijn sleets, de achterkant heeft wat vlekjes. Linnen band, tekst en tekeningen zijn goed. Met achterin onder een speciale flap losse bijlagen met 30 afbeeldingen in kleur en 2 in zw/w. Deel 2: stofomslag is ietsje sleets op de bovenrand. Tekst goed. Als set zeer weinig aangeboden
Veel mensen die gewend zijn aan klassieke muziek weten niet goed raad met de ongewone klanken van moderne muziek. Harmonie, melodie, ritme, maat – niets is meer vertrouwd. Hoe leer je nu als muziekliefhebber een eigentijdse manier van luisteren waardoor je muzikale fenomenen kunt begrijpen en muziek 'van vroeger' kunt verbinden met het positief ervaren van hedendaagse muzikale scheppingen? Anny von Lange opent nieuwe wegen om muziek te beluisteren. Ze sluit daarbij aan bij Goethe. Goethe zag de mens niet alleen als de schepper van klanken, maar via het luisteren ook als de waarnemer van klanken. Daardoor kan de mens in zichzelf de eenheid van mens, muziek en kosmos beleven. De wetmatigheden die kenmerkend zijn voor muziek vinden hun oorsprong in strenge kosmische wetmatigheden die in de loop van de geschiedenis geleidelijk werden geopenbaard. Je kunt de eenheid van mens, muziek en kosmos innerlijk ervaren door die wetmatigheden te leren kennen. Deel 1 van Anny von Langes onderzoek bestaat uit 4 grote hoofdstukken waarin ze o.a. ingaat op kosmische achtergronden van muziek en klank (Vom Wesen der Musik) en op het luisteren (Von der Wandlung des Hörens an hand der Goetheschen Tonlehre dargestellt). Daarbij behandelt ze oor en strottehoofd als ontvanger en schepper van klank. Ook bespreekt Anny von Lange melodie en interval, intervallen in de moderne twaalftoonsmuziek en de 9 ritmische basiselementen (Zur Intervall-Lehre). In het slothoofdstuk (Wesen und Wirkung der Tonarten) worden diverse aspecten van toonsoorten besproken, zoals Dur- toonsoorten en Mollparallellen, toonsoortenconstellaties, de kosmische achtergrond van de werken van Bach, en het werk van Richard Wagner. De afbeeldingen geven onder meer overzichten van de diverse toonsoorten, de kwintencirkel, zielehoudingen en verschillende muzikale motieven bij Bach en Wagner. In deel 2 gaat Anny von Lange dieper in op het thema van de 'twaalf' en de 'zeven'. Naast het twaalftoonssysteem, een eigentijdse pentatoniek en de pentatonische twaalftoonscirkel behandelt ze ook de planeten, het getal 7 en de heerschappij van de 7.
Prijs set van 2 delen: € 49,50

1644. Sigismund von Gleich
De toonsoorten. Hun gevoelswaarden en kosmische achtergronden volgens goetheanistische en geesteswetenschappelijke inzichten
Zevenster, 2e dr. 1984. Paperback, 56 p.
Bijz.: rug iets verkleurd. Tekst prima. Met enkele schematische tekeningen en een uitgebreide literatuurlijst. Zeer weinig aangeboden
Dit boek is een herdruk van de verhandeling die Sigismund von Gleich in 1950 schreef over de toonsoorten. De verhandeling werd aangevuld door Von Gleichs zoon Clemens. Sigismund von Gleich nam Bachs werk 'Das Wohltemperierte Klavier' als uitgangspunt bij zijn onderzoek naar de kosmische achtergrond en gevoelswaarden van de toonsoorten. In 'Das wohltemperierte Klavier' gaat Bach tweemaal langs de 24 toonsoorten, en hij lijkt daarbij aan elke toonsoort een eigen stemming toe te kennen. Waarschijnlijk had Bach, net als Goethe bij zijn benadering van kleur, nog gevoel voor de kosmische achtergrond van het aards-zintuiglijke. De toonsoorten ontstaan via de zogeheten kwintencirkel: vanaf de centrale C (op de piano) kun je zes keer een kwint omhoog gaan. Elke kwint wordt dan de grondtoon van een toonladder met een verhoogde toon (een 'kruis'). Ga je vanuit de centrale C zes maal een kwint omlaag, dan wordt elke kwint de grondtoon van een toonladder met een verlaagde toon (een 'mol'). De laatste kruistoonladder en de laatste moltoonladder sluiten op elkaar aan. Zo krijg je 12 majeurtoonsoorten, die elk een variatie in mineur hebben (in totaal dus 24 toonsoorten). Von Gleich geeft in dit boek een karakteristiek van de 12 majeur-toonsoorten. Hij brengt die in verband met de 12 tekens van de dierenriem en hun kwaliteiten. De lichte toonsoorten met de kruisen verbindt hij met de dierenriemtekens van het lichte deel van het jaar, en de donkere toonsoorten met de mollen met de tekens in het donkere deel van het jaar. Musicus Clemens von Gleich voegde aan dit boek een hoofdstuk over de mineur-toonsoorten toe. Hij geeft hierin een karakteristiek van deze toonsoorten zoals beschreven werd door respectievelijk de 19e eeuwse musicus Gustav Schilling en door Hermann Beckh (Die Sprache der Tonart, zie nr. 1645).
Prijs: € 14,50

1645. Hermann Beckh
Die Sprache der Tonart in der Musik von Bach bis Bruckner. Einleitung van Lothar Reubke
Urachhaus, 4e dr. 1999. Gebonden met stofomslag, 288 p.
Bijz.: duitstalig. Miniem kreukje in bovenrand stofomslag (achter). Band en tekst prima. Met achterin 3 schematische tekeningen
Hermann Beckh geeft in dit boek een geheel nieuw overzicht van de toonsoorten. De basis hiervoor wordt gevormd door zijn diepgaande kennis van het werk van Richard Wagner (voor de lezer is kennis van Wagners muziek overigens niet nodig). Beckhs aanpak is even simpel als indrukwekkend: hij brengt de bekende indeling van de toonsoorten volgens de kwintencirkel in verband met de 12 verschillende, maar ook fundamentele belevingsmogelijkheden van de dierenriem. Daardoor krijgt de lezer de mogelijkheid om op grond van zijn eigen belevingen zijn vaardigheden op gebied van het muzikale te verdiepen en te verfijnen. In de eerste afdeling van het boek (Die Sprache der Tonart und das Musikerleben der Gegenwart) gaat Beckh o.a. in op het beleven van tonen en het beleven van tijd, het ontstaan van tonen, de zieletaal van de zeven tonen en de geestelijke taal van de twaalf tonen, en op de betekenis van toonbeleving voor toekomstige muzikale opgaven. In afdeling 2 (Der Tonartenkreis) zet Hermann Beckh de tekens van de dierenriem neer op de kwintencirkel (met schematekeningen). Zoals de dierenriem bestaat uit drie kruisen van vier tekens (1. Ram-Weegschaal, Steenbok-Kreeft; 2. Boogschutter-Tweelingen, Jonkvrouw-Vissen; 3. Stier-Schorpioen, Leeuw-Waterman), zo rangschikt Beckh de toonsoorten op de kwintencirkel eveneens op drie kruisen van vier toonsoorten (1. C-dur-kruis: C-Fis-Es-A; 2. F-dur-kruis: F-H-D-As; 3. G-dur-kruis: G-Des-B-E). Beckh opent door zijn beschrijvingen en de relaties die hij ziet met bijvoorbeeld het dag- en jaarverloop en de levensloop een nieuwe wereld van spirituele muziekbeleving. Wat Beckh in het werk van Wagner vond, heeft zijn geldigheid in onze tijd zeker niet verloren. Door zijn studie maakt Beckh de betrekkingen tussen de wereld van de zintuigen en de geestelijke wereld opnieuw interessant.
Hermann Beckh (zie ook de nrs. 1666A en B en 1667) kan gerust een universeel geleerde worden genoemd: hij begon zijn loopbaan met het ambt van rechter dat hij na zijn rechtenstudie bekleedde. Toen hij daarin geen voldoening meer vond, ging hij sanskriet studeren. In totaal beheerste Beckh 6 europese en 6 oosterse talen. Dankzij de antroposofie was hij in staat zijn studie van het hindoeïsme en boeddhisme in een breed religieus kader te zetten. De antroposofie bracht hem er ook toe een van de oprichters van de Christengemeenschap te worden. Dit boek over de toonsoorten is een van Beckhs laatste geesteswetenschappelijke werken op gebied van logosofie, kosmologie en muziek.
Prijs: € 29,50

1646. Hans Erhard Lauer
Die Entwicklung der Musik im Wandel der Tonsysteme
Verlag Die Pforte, 3e dr. 1976. Paperback, 60 p.
Bijz.: duitstalig. Prima exemplaar
Wie een muziekinstrument heeft leren bespelen, heeft meestal ook iets geleerd over het materiaal van de toonkunstenaar: de tonen die niet alleen in hoogte en diepte verschillen, maar geordend zijn in wetmatigheden als toonladders, toonsoorten en kwintencirkel, waarin twaalf toonsoorten hun plek vinden. Maar de muziekkenner weet ook dat deze orde in de 20e eeuw erg in verwarring werd gebracht. De atonale muziek wierp alles overboord. De vraag is welke richting de ontwikkeling wil nemen, en om die te beantwoorden, moeten we volgens Hans Erhard Lauer eerst kijken naar het ontstaan überhaupt van toonstelsels. Hij legt een verband tussen toonstelsels en de innerlijke ontwikkeling van de mens. Op basis van uitspraken van Rudolf Steiner beschrijft Lauer hoe er in de lemurische tijd al een soort oergezang klonk – taal bestond nog niet – waarbij intervallen klonken die groter waren dan het octaaf dat wij kennen, namelijk de 'nonen'. Dit oergezang was echter alleen een echo van geestelijk gezang, geen persoonlijke gevoelsuiting. Menselijk wordt de muziek pas in de atlantische tijd. Het interval uit die periode was de septiem. Lauer schetst hoe in de eerste grote beschavingen, bv. die van China en Egypte, de kwint centraal stond. Uit de kwintenverhouding tussen de tonen werd de pentatonische toonladder afgeleid. In de griekse tijd en de middeleeuwen ontstond uit de twaalfheid van de kwintencirkel de meer aardse toonladder met zeven tonen. De veranderingen in onze tijd geven volgens Lauer aan dat de muziek als zelfstandige kunst geboren wordt. Het past bij de ontwikkeling naar het spirituele die de mens na de 19e eeuw door moet maken, dat na de aardse zeventoonsorde opnieuw aandacht ontstaat voor de kosmische twaalftoonsorde. Het is de verdienste van Arnold Schönberg en Josef Hauer dat zij hiertoe elk op hun eigen wijze een aanzet toe hebben gegeven.
Prijs: € 10,00

1647. Onder dit nummer vindt u 2 titels. De prijs per titel is verschillend. Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

[A] Frank Berger
Musik im Kultus. Zur musikalischen Praxis der Christengemeinschaft
Urachhaus 1995. Paperback, 91 p.
Bijz.: duitstalig. In goede staat. Met enkele religieuze liederen in muzieknotatie. Weinig aangeboden
Bij een kerkdienst hoort muziek. En bij een nieuwe vorm van eredienst hoort ook een nieuw soort muziek. De Christengemeenschap is al sinds haar ontstaan op zoek naar de 'juiste' moderne muziek, muziek die bij haar cultus past. Het blijkt echter moeilijk om muziek te componeren die én bij de cultus past én de weg kan vinden naar het hart van de mensen. Soms lijkt de gebruikte muziek niet op gewone gewijde muziek of kerkmuziek. Er zijn dan ook mensen die uitsluitend een dienst willen bijwonen als ze zeker weten dat er géén muziek zal klinken. Toch hoort muziek bij de Christengemeenschap. De eredienst als cultus van het woord wordt verdiept door muziek, en bovendien vormt de muziek ook de begeleiding bij de overgang naar een volgend gedeelte van de cultus. Waarom moet muziek in de Christengemeenschap klinken zoals ze klinkt en waarom juist op die bepaalde momenten? Dit boek werpt meer licht op de betekenis van de muziek in de cultus van de Christengemeenschap. Frank Berger vergelijkt de traditionele kerkmuziek met de muziek van de vernieuwde cultus waar individueel bewustzijn centraal staat. Ook zoekt hij naar de rol van het orgel in de cultus, en naar een visie op muziek bij begrafenissen. Ten slotte gaat hij in op het zingen van de kinderen bij de zondagshandeling.
Prijs: € 12,00

[B] Wilma Bos en Elisabeth Lantsheer
Liederen voor de Zondagsdienst voor de Kinderen
Landelijke Muziekgroep van de Christengemeenschap, 2e dr. 1990. Brochure, geniet, 30 p.
Bijz.: miniem kreukje in voorkant omslag. Formaat 20,5 x 15 cm. Bij alle liederen is ook de muziek gegeven
Dit boek bevat 25 liederen voor de kinderdienst in de Christengemeenschap. De liederen werden volgens de feesten van het jaar gerangschikt. Het zijn voor een deel bekende, oude liederen, zoals de advents- en kerstliederen Daar komt een schip geladen, Maria door een doornwoud ging, Nu daagt het in het Oosten, Een roze fris ontloken en Nu zijt wellecome en het paaslied Christus is herrezen. Ook zijn er op muziek gezette teksten naar Novalis (Ik zeg het allen dat Hij leeft, en Hij is de ster) en modernere teksten van o.a. Bastiaan Baan, W. Gradenwitz en Elisabeth Lantsheer, en muziek van o.a. J. Deij, M.E. van Ebbenhorst Tengbergen en S. Thiele.
Prijs: € 6,00
Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

1648. Bastiaan Baan en Verena Staël von Holstein
Kultus. Ursprung, Gegenwart, Zukunft
Flensburger Hefte 2010. Paperback, 192 p.
Bijz.: duitstalig. Omslag is wat sleets op de hoeken en onder- en bovenaan de rug. Tekst goed. Met enkele zw/w afbeeldingen. Uit de reeks Flensburger Hefte nr. 108
Bastiaan Baan, geestelijke in de Christengemeenschap, voerde een aantal gesprekken met Verena Staël von Holstein, die van kind af aan natuurwezens waarneemt en met hen communiceert. Dit natuurlijke vermogen ontwikkelde ze later bewust. Ze geeft in enkele boeken aan dat ze als tolk optreedt voor natuurwezens die via haar aan het woord komen. Bastiaan Baan keek in zijn boek 'Bronnen van cultisch handelen. Van natuurreligie tot sacrament' naar de erediensten van diverse culturen. Volgens Baan willen deze erediensten de mens met het goddelijke verbinden. De mens van nu, die vrijheid moet veroveren, moet ook in vrijheid naar de verbinding met het goddelijke zoeken. Ook dat kan volgens Baan met behulp van de cultus. De thema's die Baan voor dit eerdere boek onderzocht had, besprak hij nogmaals met Verena Staël von Holstein. De vragen die hij stelde waren gecompliceerd en specifiek. Ze vereisten deskundigheid op gebied van (de geschiedenis van) de cultus. Tot verwondering van Baan reageerde Verena (dwz de natuurwezens die via Verena spraken) met trefzekere antwoorden die een innerlijke logica bevatten en tot op zekere hoogte ook controleerbaar waren. Die antwoorden maakten het Baan mogelijk om zijn horizon te verbreden. Bastiaan Baan voerde 17 gesprekken met Verena Staël von Holstein, waarin hij vragen stelde over oorsprong, ontwikkeling en toekomst van een aantal cultusvormen, te beginnen bij cultusvormen uit het Stenen Tijdperk. Vervolgens komen Kaïn en Abel aan de beurt, de cultus in het Oude Testament en in de tempel van Salomo. Ook bespreekt hij met de natuurwezens cultusvormen uit de klassieke oudheid, zoals de Mithrascultus en de mysteriën van Eleusis, evenals de samenhang tussen de natuurreligies en de etherische wereld, en tussen het joodse paasfeest en het Avondmaal. Verder kijken Bastiaan Baan en Verena ook naar de oorsprong van de christelijke cultus, de ontwikkeling van de eucharistie, de mensenwijdingsdienst en de mis en de vernieuwing van de cultus in onze tijd. Baan vraagt naar de relatie tussen natuurwezens en de cultus, van gestorvenen en ongeborenen met de cultus, naar de tegenmachten, en naar de toekomst van de christelijke cultusvormen.
Prijs: € 10,00

1649. Friedrich Rittelmeyer
Meditation. Zwölf Briefe über Selbsterziehung
Urachhaus 8e druk 1969. Gebonden met stofomslag, 264 p.
Bijz.: duitstalig. Stofomslag is wat sleets en is versterkt door een stukje tape boven- en onderaan de rug. Op een klein aantal pagina's enkele zeer vage sporen van onderstrepingen met potlood. Tekst en linnen band verder goed.
Meditatie is een brug naar de geestelijke wereld en een middel om door te dringen tot je eigen innerlijke kern. Er zijn veel soorten meditatie. Sommigen hebben weinig diepgang, anderen zijn weinig aards, of houden geen rekening met de bewuste ik-ontwikkeling van de mens. Rudolf Steiner gaf naast zijn op bewustzijnsontwikkeling gerichte meditaties ook aanwijzingen voor christelijk-religieuze meditatie op teksten uit de bijbel. Rittelmeyer sluit hier aan bij die laatste vorm van meditatie. Vanuit zijn levenslange studie van het Johannesevangelie ging hij zijn lezers voor in meditatieve verdieping en schreef hij dit oefenboek dat op eigen praktische ervaring berust. Het Johannes-evangelie staat centraal, maar ook zet Rittelmeyer impulsen voort uit oude monnikenorden, vooral die van Bernardus van Clairvaux. Rittelmeyer roert in 12 'brieven' (hoofdstukken) praktische thema's en veel aspecten van meditatie aan. De volgende thema's vormen slechts een keuze per brief:
1. Meditatie maakt innerlijk sterker. Basisvoorwaarden voor meditatie. De meditaties van Steiner. Voorbeeldmeditatie – 2. Klooster en tempel in het innerlijk. Meditatie en zelfsuggestie. Inslapen en de sterrenhemel. Lichaamshouding. Enkele meditatieve oefeningen. – 3. Gebed en meditatie. Religieuze beelden. Fysiek en geestelijk voedsel. Het licht in de geschiedenis van de mensheid. Uiterlijke en innerlijke daden van het licht. – 4. Moeilijkheden bij meditatie. Werking van meditatie op het onbewuste. Invloed op het lot van anderen. Innerlijke leiding. Hoger zelf.– 5. Werken aan heden, verleden en toekomst. Meditatie en levenspraktijk. Overdrijven van het mediteren. Terugblik op de dag. Ik-ziekten en hun genezing. – 6. De vijf zintuigen. Het ik als graalsschaal. Leed en wijsheid. – 7. Meditatie en adem. Seksualiteit. Vegetarisch eten. Het kruis als meditatie-inhoud. Hellevaart in verleden en heden. Machten van de duisternis. Liefde en vrede in kosmische zin. – 8. Werking van meditatie op het lichaam. De aarde als graf. De ervaring van lichaamsvrij zijn. Hemelvaart. Innerlijke doop. – 9. Wilsoefeningen. Genezende krachten. Ziekte. Fysieke grondslag voor de wil. – 10. Ascese. Sport. Versterking van de wil van binnenuit. De zin van het kwaad en het overwinnen ervan. Het zien van nood. De kracht om te helpen. – 11. Mystiek en meditatie. Mediteren in het Nieuwe Testament. Strijd tussen licht en duisternis. Angst. – 12. Het opwekken van de doden. Verhouding tot de doden. Spiritistische seances. Meditatie in ochtend, middag en avond. Het verdelen van de oefeningen over de seizoenen. Het mensbeeld. – Door de veelheid aan thema's en voorbeelden en de concrete taal is dit boek boeiend, veelzijdig en praktisch.
Prijs: € 12,00

1650. Arthur Zajonc
Aufbruch ins Unerwartete. Meditation als Erkenntnisweg
Aus dem Englischen von Brigitte Elbe
Freies Geistesleben 2010. Gebonden met stofomslag, 326 p.
Bijz.: duitstalig. Bovenrand stofomslag krult licht. Minieme vlekjes op bovenzijde tekstblok. Verder zeer goed exemplaar. Met zw/w tekeningen en schema's
Volgens Arthur Zajonc word je pas echt wakker voor de wereld als je je niet laat bepalen door impulsen van buitenaf en dagelijkse gewoonten, maar als je in jezelf rust weet te vinden. Innerlijke rust is de krachtbron die tot ontwaken en inzicht leidt. Innerlijke rust vind je via meditatie, maar de weg van de meditatie brengt je nog verder, tot op het punt waar inzicht één wordt met liefde. Zajonc beschrijft in dit boek stap voor stap de weg van de meditatie. Hij doet dat in zeven hoofdstukken.
1. Der Pfad im Überblick. De meditatieve weg loopt van contemplatie en innerlijke ontwikkeling naar de geboorte van het innerlijke zelf en dan ga je ook weer terug; 2. Der Tür entdecken. Ritme en instelling, contemplatieoefeningen die van het lichaam uitgaan, samen mediteren, verwondering, gebed, openstaan voor het onverwachte. 3. Ruhe finden, Wachheit pflegen. 'Gelatenheid' ontwikkelen, aandacht versterken, positiviteit en openheid; 4. Licht atmen, ein Yoga der Sinne. 'Cognitief' ademen, woorden vinden voor contemplatieve ervaringen, meditatie via de zintuigen, licht, liefde, leven en warmte; 5. Worte, Bilder und Begegnungen. Woordmeditatie, het woord in de christelijke meditatie, beeld- en situatiemeditatie; 6. Kontemplatives Erkennen: meditatieve ervaringen benaderen, oordeelskracht, streven naar inzicht, geometrie als transformatie, kwantumholisme, perifeer denken; 7. Kontemplatives Forschen. Van beeld naar inzicht, een kennistheorie van de liefde, contemplatief onderzoek in de praktijk, de ander worden.
Dit is maar een greep uit de vele thema's die Zajonc aanroert en die hij verbindt met de leiding en inspiratie van grote leraren als Goethe en Steiner, de islamitische mysticus en wiskundige Roemi, en oosterse meesters. Het is kenmerkend dat Zajonc niet alleen aangeeft hoe je de meditatie begint, maar ook hoe je haar afsluit om terug te keren naar het dagelijks leven. Ook geeft hij meditatieve oefeningen om je open te stellen voor het onverwachte. Spirituele ervaringen zijn immers altijd anders dan je denkt. Openheid en het loslaten van voorstellingen zijn nodig voor het herkennen om spirituele ervaringen. Die open houding kun je bereiken door vol verwondering naar verschijnselen in de wereld te kijken. Zo ontstaan mogelijkheden om die verschijnselen zowel wetenschappelijk als spiritueel te benaderen.
Prijs: € 17,50

1651. Mieke Mosmuller
Waarom zou ik mediteren?
Occident 2008. Gebonden met stofomslag, 155 p.
Bijz.: stofomslag heeft enkele zeer minieme kreukjes. Band prima. Op de pagina's 23, 26 en 35 zijn enkele regels met groene stift gemarkeerd (tekst blijft leesbaar). Tekst verder goed
'Meditatie' is een begrip dat in diverse betekenissen gebruikt wordt. Oorspronkelijk is de betekenis: overwegingen in het denken, denkende beschouwing. In dit boek gebruikt Mieke Mosmuller het begrip 'meditatie' in die oorspronkelijke betekenis. Aan meditatie gaat echter de basisvraag vooraf: waarom zóu je eigenlijk mediteren? Geeft het extra waarde aan je leven, aan de kwaliteiten die je hebt, of aan wat er in de wereld gebeurt? Mieke Mosmuller geeft aan hoe je je ervan bewust kunt worden dat je over een overschot aan energie beschikt, en dat uit zo'n overschot aan energie ontevredenheid met het leven ontstaat. Vervolgens laat ze zien hoe je deze energie op de juiste manier kunt inzetten. Volgens Mosmuller ligt daar de zin van meditatie: als ongebruikte energie zinvol wordt ingezet, leidt dat tot genezing van stoornissen die voortkomen uit onbewuste onvrede, en dus leidt meditatie tot verbetering van de psychische en lichamelijke gezondheid. Mosmuller geeft aan wat je wel en niet kunt verwachten van meditatie en hóe je moet mediteren. Naast gewone praktische aanwijzingen (rustige omgeving, innerlijke rust) wijst Mosmuller ook op wat zij ziet als de grootste hindernis bij meditatie: een gevoelsleven dat niet in staat is gevoelens te beheersen die vroeger de '7 ondeugden' werden genoemd (trots, afgunst, toorn, luiheid, hebzucht, vraatzucht en wellust). In een apart hoofdstuk geeft Mosmuller aan wanneer je níet aan meditatie moet beginnen: als je in het leven van alledag niet objectief redelijk kunt oordelen. Zuiver denken is de enige veilige weg in het gebied van de geest, zuiver denken behoedt je voor dwaling en misleiding. Voordat je aan meditatie begint, moet je je dat vermogen tot op zekere hoogte bezitten, eventueel met hulp van een leraar (hoeft niet in persoon, kan ook via het geschreven woord).
Prijs: € 10,00

1652. Joop van Dam
Het zesvoudige pad. Basisoefeningen voor spirituele ontwikkeling
Vrij Geestesleven. 2e dr. 1999. Paperback, 96 p.
Bijz.:.hoekjes omslag iets gekruld. Op pagina 54 zijn 3 regels onderstreept met pen en staat een uitroepteken in de marge, op pagina 58 staat een uitroepteken met pen in de marge. Pagina's 91-96 hebben aan de bovenzijde een kreukje. Tekst verder goed
Spirituele ontwikkeling bestaat niet alleen maar uit meditatie, bijzondere ervaringen en verheven gedachten. Het is mogelijk, en zelfs noodzakelijk, om een spirituele ontwikkeling te verbinden met het leven van alledag. Zo bereik je dat je wakker en slagvaardig in het leven staat. Joop van Dam geeft zes oefeningen om jezelf beter in de hand te krijgen in het dagelijks leven, bij het reageren op allerlei situaties en in de omgang met mensen. De zes oefeningen gaan over: 1. Beheersing van het denken; . Beheersing van de wil; 3. Beheersing van het gevoel; 4. Positiviteit; 5. Harmonie; 6. Onbevangenheid. Deze oefeningen brengen je niet alleen dichter bij jezelf en de wereld om je heen, maar helpen je ook om evenwicht te vinden tussen daadkracht en openheid, zelfbeheersing en gevoel, denken en vertrouwen. Van Dam geeft in een inleidend hoofdstuk aan dat er twee motieven zijn om een scholingsweg te gaan: ten eerste kun je merken dat de relatie tussen binnen- en buitenwereld verstoord raakt en dan de behoefte krijgen om orde op zaken te stellen. Ten tweede kun je de behoefte hebben om meer van de wereld te ervaren dan met alleen de zintuigen mogelijk is, dus een verlangen naar bewuste bovenzinnelijke ervaring. In het slothoofdstuk (De plaats van het zesvoudig pad in de scholingsweg) gaat Van Dam in op verschillende manieren waarop Rudolf Steiner het zesvoudig pad beschreef. Steiners aanwijzingen vormen het uitgangspunt voor deze oefeningen. In een bijlage staan daarom ook enkele teksten van Steiner over het zesvoudig pad uit 'De weg tot inzicht in hogere werelden' en uit 'Wetenschap van de geheimen van de ziel'.
Prijs: € 8,00

1653. Karl König
Auch eine Weihnachtsgeschichte
Freies Geistesleben 1998. Gebonden met stofomslag, 57 p.
Bijz.: duitstalig. Vrijwel als nieuw. Zeldzaam
De oostenrijkse arts Karl König was de oprichter van een leefgemeenschap voor kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking bij Aberdeen in Schotland, de Camphill-beweging. In dit verhaal vertelt König hoe hij op de ochtend van 24 december een korte wandeling maakt in het winterse bos, voor de dagelijkse beslommeringen van de Camphillgemeenschap hem opeisen. Hij komt dan een stoet van 10 vrouwen tegen die een liggend kruis dragen met daarop een kind. Hoe verder hij het bos ingaat en hoe hoger hij komt, des te warmer het wordt. Een jonge man die hem begroet, en in wie hij een gestorven leraar van Camphill herkent, brengt König naar een hut, waar zich alle kinderen van de Camphillgemeenschap bevinden die het jaar tevoren gestorven zijn – vrij van de beperkingen en zwaarte waaronder ze op aarde leden. Ze vertellen dat ze bezig zijn een 'verbond' te sluiten. König begint te begrijpen wat ze bedoelen als hij merkt dat de 10 vrouwen de vorm hebben aangenomen van 10 kleurige vensters waardoor de kinderen naar de aarde kunnen kijken. In de hut hangt het portret van Kaspar Hauser. De kinderen noemen hem hun beschermer, hij beschermt iedereen wiens levenslot 'anders' verloopt. En hij helpt hen met het sluiten van het 'verbond'. Daarmee bedoelen de kinderen dat zij vanuit hun niet-aardse toestand invloed uitoefenen op wat op aarde gebeurt. Dat gaat zover dat ze zelfs in staat zijn een van hen te begeleiden, die weer naar de aarde terug wil keren. Getroost door de zinvolle taak die 'zijn' kinderen op zich genomen hebben, keert Karl König naar Camphill terug.
In zijn nawoord schrijft Richard Steel dat Midden-Europa het landschap is waarin de gestorven kinderen verblijven. Karl König bleef innerlijk verbonden met het gebied waar hij geboren werd, maar dat hij door de oorlog gedwongen werd te verlaten. Onvergetelijk waren voor König ook de gekleurde glasvensters van het Goetheanum die in zijn beleving een bovenzinnelijke wereld toegankelijk maakten. De kinderen uit dit verhaal kijken omgekeerd juist door kleurige vensters naar de aarde. König wilde via de mensen die we 'gehandicapt' noemen, het raadsel mens ontdekken. Voor hem was Kaspar Hauser hét voorbeeld van een zuiver mens die tevoorschijn trad uit een 'behuizing' die aanvankelijk voor 'beperkt' werd gehouden.
Prijs: € 19,50

1654. Carlo Pietzner
Who was Kaspar Hauser? An essay and a play
Floris Books 1983. Paperback, 78 p.
Bijz.: engelstalig. Rug verkleurd, omslag is deels verkleurd en heeft een leesvouw. In het essay staan twee aantekeningen met pen. Op het achterschutblad is met pen een gedicht van Schiller geschreven. Weinig aangeboden
In zijn essay gaat Carlo Pietzner in op het levensverhaal van Kaspar Hauser, die als jongen van 16 op Tweede Pinksterdag 1828 in Nürnberg opdook. Hij ontroerde vele mensen door zijn puurheid en charme. Mensen werden tot tranen bewogen als ze hem zagen, niet zozeer uit compassie met zijn lot, maar door de indruk die hij maakte: hij was als een boodschapper uit het paradijs, voor wie zelfs de dieren niet bang waren. Zijn voogd professor Daumer verwoordde het als volgt: 'Hij was in elk opzicht het beeld van volkomen morele zuiverheid en onschuld.' Kaspar Hauser werd in 1833 vermoord. Volgens Carlo Pietzner had Kaspar Hauser een missie op aarde die werd verijdeld door dezelfde geheime en duistere machten die het een eeuw later mogelijk maakten dat Hitler de macht greep.
Carlo Pietzner was met Karl König een van de oprichters van de Camphillbeweging in Aberdeen in Schotland. Voor hen was Kaspar Hauser hét voorbeeld van een mens met een ontwikkelingsachterstand die tóch zijn mogelijkheden wist te ontplooien. Carlo Pietzner schreef dit toneelstuk over Kaspar Hauser '… and from the night, Kaspar…', voor de bewoners van een Camphillgemeenschap en het werd ook door bewoners opgevoerd. In het toneelstuk wordt na de moord op Kaspar teruggeblikt op zijn leven. Kaspars leven en lot wordt vervlochten met de zoektocht van vijf moderne jonge mensen naar zichzelf. Pietzner droeg het toneelstuk op aan vier van zijn jonge Camphill-vrienden.
Prijs: € 12,00

1655. Peter Tradowsky
Kaspar Hauser oder das Ringen um den Geist. Ein Beitrag zum Verständnis des 19. und 20. Jahrhundert
Philosophisch-Anthroposophischer Verlag, 3e dr. 1983. Gebonden, 287 p.
Bijz.: duitstalig. Naam vorige eigenaar op tweede schutblad. Band en tekst prima. Met enkele zw/w afbeeldingen. Formaat 17,5 x 24,5 cm.
Peter Tradowsky gaat uitvoerig in op de (occulte) achtergronden van het leven en lot van Kaspar Hauser. Op tweede pinksterdag 1828 dook de 16-jarige Kaspar Hauser plotseling op in de duitse stad Nürnberg. Hij kon amper spreken en lopen en leek volkomen verwaarloosd. Al snel werd duidelijk dat er een ongehoorde misdaad aan dit kind was begaan. Hij bleek dertien jaar in een kleine ruimte te zijn opgesloten en had in die tijd nooit daglicht of andere mensen gezien. De zaak kreeg internationale aandacht en al snel sprak men over deze jongen als over het 'Kind van Europa'. Het gerucht ging dat Kaspar de troonopvolger van het vorstenhuis van Baden zou zijn, als baby verwisseld met een stervend kind – een gerucht dat waar bleek te zijn. Degenen die hem hadden gestolen en gevangen gezet, moeten gedacht hebben dat dit verwaarloosde kind nooit meer een normale volwassene zou kunnen worden. Ze vergisten zich: Kaspar ontpopte zich tòch tot een begaafde jonge man. Dat betekende zijn doodvonnis. Tweemaal werd er een aanslag op hem gepleegd. Op 17 december 1833 sterft hij uiteindelijk ten gevolge van een messteek in de hartstreek. Tradowsky belicht in dit boek het levensverhaal van Kaspar Hauser vanuit de achterliggende occulte motieven. Hij baseert zich hierbij op Rudolf Steiner. Volgens Steiner was Kaspar Hauser een belangrijke persoonlijkheid die de spirituele opdracht had van Europa sociaal en politiek een eenheid te maken. Het extreme nationalisme dat in Duitsland de overhand kreeg en in de 20e eeuw tot grote verschrikkingen leidde, zou volgens Tradowsky niet zijn opgetreden als Hauser zijn taak had kunnen vervullen. De misdaad die aan hem begaan werd, verhinderde hem die taak uit te voeren. Lot en lijden van dit 'Kind van Europa' waren volgens Steiner echter niet voor niets en de impuls van Kaspar Hauser, die tot voorbij onze tijd reikt, zou verder onderzocht moeten worden. Dat doet Tradowsky in het tweede gedeelte van dit boek. Hij brengt de impuls van Kaspar Hauser verrassend in verband met die van Mani, Parzival en Faust, en met de spirituele opdracht van Christian Rozenkruis en Rudolf Steiner zelf. In de bijlage zette hij alle uitspraken van Steiner over Kaspar Hauser bij elkaar.
Prijs: € 12,00

1656. Jakob Wassermann
Caspar Hauser of de traagheid des harten
Wereldbibliotheek, 6e dr. 2005. Gebonden, 459 p.
Bijz.: roman. Prima exemplaar. Deze vertaling verscheen oorspronkelijk in de jaren twintig, de oude spelling (zoals: mensch) is gehandhaafd
Op Tweede Pinksterdag 1828 verschijnt in Nürnberg een ongeveer 16 jarige jongen die spreekt als een kind van twee en alleen zijn naam kan schrijven: Kaspar Hauser. Niemand weet waar deze vondeling vandaan komt, maar de stad Nürnberg neemt hem onder haar hoede en al gauw ontwikkelt de jongen verrassende vermogens. Zijn afkomst blijft een raadsel. Het gerucht wil dat hij een ongewenste troonopvolger is en slachtoffer van een dynastieke intrige. In deze roman uit 1908 beschrijft Jakob Wasserman Kaspar als een kind dat zich vanuit een bijna dierlijke toestand in korte tijd ontwikkelt tot een hoogbegaafd mens – ondanks de liefdeloosheid en 'traagheid' (onverschilligheid) van zijn omgeving. Zijn verblijf bij het onderwijzersgezin Meyer in Ansbach (in de roman Quandt geheten), moet traumatisch voor Kaspar geweest zijn. Op 14 december 1833 wordt zijn korte leven beëindigd als hem in de Hofgarten van Ansbach een fatale messteek wordt toegebracht. Toen Wassermann dit boek schreef, bestond er vooral een negatief beeld van Kaspar Hauser. In veel publicaties, het boek van de zoon van de Ansbachse onderwijzer Meyer voorop, werd Kaspar neergezet als een narcistische bedrieger. Wassermann beschrijft de gebeurtenissen en personen in de sfeer van de 19e eeuw. Hij schetst de zuiverheid van Kaspar en verwijt zijn omgeving 'traagheid van het hart': die omgeving zag gewoon niet wat er gebeurde en reageerde te laat of helemaal niet. De roman veranderde het beeld van Kaspar Hauser ten goede. Het won de harten van veel mensen voor het lot van dit 'Kind van Europa'. Rudolf Steiner prees de roman omdat Wassermann blijk gaf van een goede intuïtie voor de waarheid van Kaspars levensverhaal en intuïtief iets van zijn geheim aanvoelde: als Kaspar niet geleefd had zoals hij geleefd heeft, zou de verbinding met de geestelijke wereld in de 19e eeuw verbroken zijn. Wassermann wist met zijn roman te bereiken, dat de aandacht voor het fenomeen Kaspar Hauser groter werd en in een nieuw en positief licht kwam te staan.
Prijs: € 12,00

1657. Selma Lagerlöf
Christuslegenden
Christofoor 2e dr. 1996. Gebonden, 175 p.
Bijz.: prima exemplaar
'Christuslegenden' bevat tien apocriefe legenden, bewerkt door Selma Lagerlöf. In het openingsverhaal 'De heilige nacht' vertelt Lagerlöf hoe haar grootmoeder haar leerde dat niet alleen de herders in de kerstnacht, maar ieder mens de engelen in de heilige nacht kan zien, als hij maar ogen heeft voor Gods verborgen heerlijkheid. Iets van die verborgen goddelijke heerlijkheid schemert door in deze legenden doordat Selma Lagerlöf als geboren vertelster de oorspronkelijke toon van de legenden, de motieven en de beelden heel zuiver wist te behouden.
De eerste 4 legenden: Het visioen van de keizer, De Bron der Wijzen, De kinderen van Bethlehem en De vlucht naar Egypte zijn echt vertellingen voor de advents- en kersttijd. Het verhaal 'In Nazareth' vertelt over de kindertijd van Jezus, en het ontroerend mooie verhaal 'In de tempel' vertelt over de bijzondere belevenissen van de twaalfjarige Jezus in de tempel. De legenden 'De zweetdoek van Veronica' en 'Vogel Roodborst' (over het roodborstje dat getuige is van de kruisiging) spelen zich af tijdens het lijden en sterven van Christus. De laatste 2 verhalen 'Onze Lieve Heer en de heilige Petrus' en 'De kaarsvlam' spelen in latere tijden, als Christus als kracht in de wereld aanwezig is. De al decennialang klassieke 'Christuslegenden' van Selma Lagerlöf zijn geschikt voor wat oudere kinderen (én volwassenen!).
Prijs: € 10,00

1658. Loek Koopmans en Günter Spang
De ezel en de os. Een kerstverhaal van Günter Spang met illustraties van Loek Koopmans
De Vier Windstreken 2001. Gebonden, 28. p.
Bijz.: prentenboek met een verhaal. Miniem sleets plekje onderaan de rug. Ingeplakte ex libris op keerzijde voorschutblad. Tekst en platen goed. Formaat 21,5 x 29 cm.
De mooie, zachte prenten van Loek Koopmans plaatsen het kerstverhaal in een heel menselijke en aardse sfeer vol harmonie. Het lijkt of achter alle beelden licht straalt dat vaak nog ergens op de achtergrond aanwezig is en dan in de figuren op de voorgrond vermaterialiseerd wordt.
In een stal in Bethlehem wonen een os en een ezel. De stal is wat vervallen en de os is een bijzonder onaardig beest. De ezel heeft bij hem een onaangenaam leven, vooral omdat de os weinig te eten voor hem overlaat. Maar dan komen Maria en Jozef in de stal, en de ezel voelt zich gelukkig, vooral als het kindje geboren wordt. Hij verwarmt het huilende kindje met zijn adem en zowaar, de kerststemming heeft zich ook meester gemaakt van de os: hij wordt vriendelijk en deelt het voer met de ezel. Als Jozef en Maria naar Egypte moeten vluchten, leent de goede waard hen de ezel. Wat mist de os zijn maatje dan opeens!. Gelukkig keren Jozef en Maria met hun kindje na een tijd weer terug. Het is feest in de stal, als de os de ezel terugziet.
Prijs: € 8,00

1659. Jakob Streit
Immanuël. Legenden van het kind Jezus
Christofoor 1977. Gebonden, 100 p.
Bijz.: rug licht verkleurd. Hoekjes licht sleets. Roestvlekjes op bovenkant tekstblok. Inktvlek op benedenhoek tekstblok (buitenzijde, zonder gevolgen voor de tekst). Tekst verder goed. Gedrukt in een donkerbruine letter (goed leesbaar). Met 8 afbeeldingen in br/w van Hans Dieter Appenroth. Formaat 18 x 19,5 cm.
Jakob Streit verzamelde in deze bundel meer dan 30 legenden over de geboorte en kindertijd van Jezus. Hij rangschikte ze in 7 hoofdstukken (1. De Herders; 2. De Koningen; 3. Tijdens de vlucht; 4. In Egypte; 5. De weg terug; 6. In Nazareth; 7. Het licht straalt verder). Het hoofdstuk 'De Koningen' bevat een ontroerende legende die het zinloos geweld van de kindermoord in Bethlehem een zin geeft: de vermoorde kinderen verschijnen in een droom aan hun ontroostbare moeders. Ze vertellen dat zij gestorven zijn om het Jezuskind tijdens zijn leven op aarde te begeleiden en te beschermen. 'Tijdens de vlucht' bevat legenden waarin de schepping het Jezuskind als haar meester begroet. De hoofdstukken 4, 5 en 6 verwijzen hier en daar naar de evangeliën (genezingen, maar ook ontmoetingen van het kind Jezus met de kinderen Judas en Simon Petrus). In het 7e hoofdstuk staan christelijke legenden: zo wordt de reus Offerus (Drager) gedoopt tot Christ-Offerus (Christusdrager). Ook vertelt Streit de legende van de eerste kerstboom.
Prijs: € 8,00

1660. Onder dit nummer bieden we u 2 titels aan. De prijs per titel is verschillend. Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

[A] Jakob Streit
Die Geschichte der zwei Jesusknaben. Erzählt von Jakob Streit nach den Evangelien des Matthäus und Lukas
Verlag Die Pforte 1992. Paperback, 38 p.
Bijz.: duitstalig. In goede staat. Met 5 zw/w afbeeldingen. Formaat 12 x 18 cm. Weinig aangeboden
Jakob Streit plaatst in dit boek de geboorte van beide Jezuskinderen in één groot chronologisch verhaal. Hij begint met de geboorte van het kind uit het evangelie van Mattheüs, wiens ouders in Bethlehem wonen. Drie wijze koningen bezoeken dit kind en geven het geschenken. Omdat Herodes het kind vervolgt en de kindermoord dreigt, vluchten Jozef en Maria met hun kind naar Egypte. Herodes sterft echter niet lang na de kindermoord. Daarna pas wordt het kind uit het Lucasevangelie geboren. De ouders van dit kind wonen in Nazareth, maar vanwege de volkstelling die keizer Augustus had uitgeschreven, moesten ze naar de stad van hun familie gaan: dat was Bethlehem. Het Jezuskind uit het Lucasevangelie wordt daarom ook in Bethlehem geboren. Na de geboorte gaan de ouders met hun kind terug naar Nazareth. Als het ouderpaar in Egypte hoort dat Herodes dood is, keren ze wel terug naar Palestina, maar niet meer naar Bethlehem. Ook zij vestigen zich in Nazareth, waar beide gezinnen vriendschap sluiten. Als het Lucaskind 12 jaar is, gaan beide gezinnen voor het paasfeest naar de tempel in Jeruzalem. Het Mattheüskind wordt ziek, maar over het Lucaskind komt een grote verandering: hij spreekt als het Mattheüskind. In de tempel zijn beide kinderen één geworden in het lichaam van het Lucaskind. Niet lang na deze eenwording sterft het Mattheüskind, wat voor beide gezinnen een groot verdriet is.
Jakob Streit vertelt het verhaal van de beide Jezuskinderen voor kinderen na in de beeldende en liefdevolle stijl die zo kenmerkend voor hem is. Maar het is ook voor volwassenen overzichtelijk om beide geboorteverhalen op een eenvoudige manier in één groot geheel te zien dat dicht bij de oorspronkelijke evangelieverhalen blijft zonder dat het iets afdoet aan de liefde en eerbied voor die verhalen.
Prijs: € 10,00

[B] Hella Krause-Zimmer
Was geschah in Bethlehem? Das Rätsel der doppelten Weihnachtsgeschichte
Verlag am Goetheanum 2011. Gebonden, 72 p.
Bijz.: duitstalig. Vrijwel als nieuw. Met 15 afbeeldingen in kleur. Formaat 11,5 x 18 cm,
Het motief van de twee Jezuskinderen speelde een grote rol in het leven van Hella Krause-Zimmer. Op haar vele reizen verzamelde ze heel wat afbeeldingen waarop de beide Jezuskinderen en hun moeders werden afgebeeld. Toch was dit voor veel mensen uit haar kennissenkring niet overtuigend genoeg om het bestaan van twee Jezuskinderen aan te kunnen nemen. Tussen Kerstmis 2001 en 31 januari 2002, enkele weken voor haar dood, schreef Hella Krause-Zimmer dit boekje waarin ze dieper ingaat op het evangelie volgens Mattheüs en het evangelie volgens Lucas. Ze vertelt in eenvoudige, heldere stijl de verhalen van beide evangeliën, en betrekt er stof uit legenden bij. Zo ontstaat twee kerstverhalen: een volgens Mattheüs en een volgens Lucas. Hella Krause-Zimmer brengt de hoofdfiguren dichtbij in al hun gewone menselijkheid, maar vooral in hun grootsheid. Ze bekijkt en beschrijft de figuren van Jozef en Maris, de 'wijzen' uit het Morgenland en koning Herodes uit het Mattheüsevangelie, maar ook de figuren van Jozef en Maria en gebeurtenissen uit het Lucasevangelie: de opdracht in de tempel en de twaalfjarige Jezus in de tempel. Krause-Zimmer heeft vooral oog voor de kleine en grotere verschillen tussen beide evangeliën die volgens haar duidelijk aantonen dat het wel om twee kinderen móet gaan, al was het maar omdat de stambomen van elkaar verschillen. Ze stelt in dit boek vragen die je aansporen om je verder te verdiepen in de geheimen rond de beide Jezuskinderen. Het eenvoudig toegankelijke boek werd geïllustreerd met 15 afbeeldingen uit verschillende perioden van de kunst. Heel geschikt om cadeau te geven.
Prijs: € 12,00

[C] Sergej O. Prokofieff
De mysteriën van herders en koningen in het licht van de antroposofie
Perun Boeken 2003. Paperback, 32 p.
Bijz.: in goede staat
Het hebreeuwse volk bereidde het fysieke lichaam voor waarin Christus zou kunnen leven. Dit gebeurde doordat dit volk met de hulp van Jahweh morele krachten ontwikkelde. In de eenvoudige herders leefde die oude ontwikkelingskracht op. Net als de profeten uit het Oude Testament waren ze ingewijden uit verschillende mysteriestromingen van de mensheid. Toen ze in het joodse volk geboren werden, gaven ze eerder verworven mysteriewijsheid op om de inspiratie van Jahweh te volgen en de Christusimpuls op te nemen. De koningen waren ingewijden in de perzische mysteriën. Hun mysteriewijsheid stelde hen in staat de geestelijke wereld waar te nemen. In het Jezuskind uit het evangelie van Mattheüs herkenden zij de incarnatie van hun grote leraar Zarathoestra. De geschenken van de koningen: goud, wierook en mirre, geven aan dat dit Jezuskind denken, voelen en willen moest omvormen om Christus in zich op te nemen.
De herders op het veld begroetten de engelboodschap vol hartewarmte. Volgens Prokofieff is het de taak van de moderne herdersstroming die hartewarmte over de hele natuur uit te breiden, zodat we de natuur als één grote openbaring van de geest kunnen beleven. De koningen bezaten een grote kosmische sterrenwijsheid. Volgens Prokofieff is het de taak van de moderne koninklijke stroming die sterrenwijsheid te verinnerlijken en om te vormen tot nieuwe imaginaties. Rudolf Steiner bracht o.a. in de grondsteenmeditatie tot uiting dat de herders- en de koningsstroming zich moeten verenigen. Pas als die vereniging bereikt is, is de mens in staat Christus in zijn etherische gedaante te herkennen.
Prijs: € 8,00
Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

1661. Willy van der Helm
Legenden van Moeder de Kerk, naverteld voor jongeren
Uitgeverij Narratio 1990. Paperback, 175 p.
Bijz.: zeer lichte breuk in rug. Hoekjes omslag iets gekreukt. Nette opmerking met pen op titelblad. Tekst goed. Met 15 zw/w afbeeldingen
Met 'legende' bedoelen we oude overleveringen of niet betrouwbare verhalen. Maar oorspronkelijk betekende het latijnse woord 'legenda': wat gelezen moet worden, waarmee meestal een bijbelverhaal of heiligenleven werd bedoeld. Naast de verhalen uit het Oude en Nieuwe testament zijn er rond de 2e eeuw na Chr. heel veel andere verhalen opgeschreven. We noemen deze verhalen 'apocrief' (verborgen): ze werden niet in de officiële bijbel opgenomen. De apocriefe verhalen vertellen vaak over de jeugd en kinderjaren van Jezus, zijn ouders en grootouders, de wonderen die hij deed, zijn lijden en sterven en wat daarna in hemel en hel gebeurde. In dit boek verzamelde Willy van der Helm een groot aantal van zulke apocriefe verhalen. Ze ordende de verhalen rond de geboorte en kindertijd van Jezus als volgt: 1. Het kerstevangelie in de bijbel (volgens Lucas en Marcus, Mattheüs en Johannes). 2. Het kerstevangelie naar het proto-evangelie van Jacobus en pseudo-Mattheüsevangelie (over geboorte en kindertijd van Maria, verkondiging door Gabriël en geboorte van Jezus in een grot). 3. Legenden uit verschillende bronnen die vertellen hoe de natuur reageerde op de geboorte van Jezus (uit het proto-evangelie van Jacobus en uit Selma Lagerlöf). 4. Hoe de stenen, de minst doorzichtige kinderen van Moeder natuur, reageerden op de geboorte van Jezus (uit de Legenda Aurea). 5. Wat ons, rond de tijd van Jezus geboorte, verteld wordt uit het groene rijk van bomen en planten (o.a. de legende van de kersenboom). 6. De geboorte van Jezus en het rijk van de dieren (De os en de ezel, naar Jules Supervielle). 7. Jezus' geboorte en de wereld van de mensen (herders en wijzen, de legende van de vierde koning, het russische volksverhaal Baboesjka). 8. De vlucht naar Egypte naar pseudo-Mattheüs (o.a. de legende van de palmboom). 9. Het verblijf in Egypte naar het Arabische evangelie van de kinderitjd. 10. Jezus' jonge jaren naar Thomas de Israëliet (Jezus het wonderkind, de spelende Jezus. 11. De legende van Jezus reis naar Engeland.
Verder zijn er nog een aantal hoofdstukken waarin verteld wordt over het einde van Jezus' aardse leven en afdaling in de hel (uit het Nicodemus-evangelie, legenden over Pilatus, een legende van Irene Johanson (Het geheim van de steen van het graf van Jezus), apocriefe Handelingen (van Thomas, Petrus en Paulus, legenden over Jacobus en Santiago de Compostela, de evangelist Marco en de San Marco in Venetië, het evangelie van Maria en de vrouwelijke apostel, de heilige Martha, de hemelkoningin (over het vrouwelijke element in de hemel), de heilige Helena en het vinden van het kruis, legenden over jozef van Arimathea en het verhaal van Bride van de eilanden.
Prijs: € 12,00

1662. Emil Bock
Tussen Bethlehem en de Jordaan. De onbekende jaren van Jezus van Nazareth
Christofoor 1984. Paperback, 189 p.
Bijz.: leesbreuken in rug. Rug is verkleurd. Omslag is wat sleets op hoeken en randen. Omslag heeft voor enkele vouwen over de hele lengte. Tekst goed
Over het leven van Jezus van Nazareth tussen zijn geboorte in Bethlehem en zijn doop in de Jordaan zijn de evangeliën uiterst zwijgzaam. Wel bestaat er een schat aan overleveringen, afkomstig uit apocriefe bronnen en bronnen die ver van het evangelie afstaan. In enkele inleidende hoofdstukken gaat Emil Bock in op Palestina als de plaats waar de menswording van Christus zich zal voltrekken (Het Heilige Land als oerbeeld), op het verschil tussen de mens Jezus en het goddelijke wezen Christus (Het mysterie van Christus en het mysterie van Jezus) en op de aardse en hemelse voorbereiding die voorafging aan de geboorte van Jezus op aarde (Twee polen der mensheid). Geïnspireerd door uitspraken van Rudolf Steiner onderzoekt Emil Bock de weinige gegevens uit de evangeliën. Hij werkt tot in bijzonderheden de tegenstellingen uit die in het evangelie van Lucas en Mattheüs bestaan ten aanzien van de geboorte van Jezus (Twee verschillende berichten over de kinderjaren). Bock werpt licht op het in de evangeliën verborgen geheim van de twee Jezuskinderen, maar ook op de lotgevallen van beide kinderen en hun families, en op de beide Maria's (Twee biografieën van Maria). Ook de relatie tussen Jezus en Johannes stelt hij in een helder licht (Jezus en Johannes). Voorafgaand aan de doop in de Jordaan schetst hij de ontmoetingen van Jezus met jodendom, heidendom, en de joodse sekte van de Essenen (Onderweg naar de doop in de Jordaan). In een bijlage gaat Bock in op de figuur van Jeshu ben Pandira of de 'andere Jezus': hij is volgens Bock de door de Essenen aangekondigde 'leraar der gerechtigheid' (Jezus Ben Pandira). In dit klassieke werk van Bock worden de evangeliën geharmoniseerd, dat wil zeggen dat de tegenstellingen en verschillen in de evangeliën niet worden geëlimineerd of weg geredeneerd. Ze krijgen een plek in het totaalbeeld dat Bock van de evangeliën geeft en van dat totaalbeeld geeft hij vervolgens een interpretatie. Bock gaat steeds uit van de evangelieteksten zelf, maar komt er met enige voorzichtigheid toch ook toe de apocriefe teksten te waarderen.
Prijs: € 12,00

1663. Gerrit Zunneberg
Het ongekende kerstkind. Een ander licht op Christus
Indigo 2005. Paperback, 103 p.
Bijz.: hoekjes omslag iets gekruld. Lichte kreuk over de lengte van het omslag (voor). Tekst goed
Volgens Gerrit Zunneberg kijken steeds meer mensen met een kritisch oog naar de bijbel om vervolgens de inhoud af te wijzen. Zunneberg is echter van mening dat je de bijbel alleen op waarde kunt schatten als je de esoterische achtergronden ervan kent. In dit boekje gaat hij in op de antroposofisch-esoterische achtergronden van de evangeliën en bespreekt hij de verschillen tussen de twee kerstevangeliën (Mattheüs met de koningen en Lucas met de herders). Hij legt uit dat een hoog goddelijk wezen als Christus niet zomaar zijn intrek kon nemen in één mens. Met een dergelijke kijk plaveit hij de weg naar de stelling dat het evangelie van Lucas en Mattheüs elk een ander kind beschrijven en dat beide Jezuskinderen bij de menswording van Christus een rol spelen. Om aan te geven wat die rol inhoudt, bespreekt Zunneberg de achtergrond van beide jongetjes. Het ene kind (bij Mattheüs) staat spiritueel gezien in verband met de perzische wijsgeer Zarathoestra en zijn leer, het andere kind (bij Lucas) met de in India optredende Boeddha en zijn leer. Zunneberg benadert ook de identiteit van het Christuswezen, dat al vanaf de schepping van de wereld de mensheid begeleidt en dat zal blijven doen tot aan het einde der tijden. Zunneberg is in staat ingewikkelde esoterische inhouden op een nuchtere en heldere manier te bespreken door hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden en de voornaamste punten op een rij te zetten. Lezers die nog niet in de materie zijn ingevoerd, worden niet lastiggevallen met een overvloed aan details die er (nog) niet toe doen. Dat maakt het boek helder en overzichtelijk: je kunt de grote lijn vasthouden in een esoterisch verhaal dat voor veel mensen emotioneel wat moeilijk ligt.
Prijs: € 10,00

1664. Marina Wollmann
Im Hinblick auf den salomonischen Jesus. Eine anthroposophische Schrift
Mellinger Verlag z.j. [1990]. Paperback, 148 p.
Bijz.: duitstalig. Leesbreuk in rug. Hoeken omslag ietsje gekruld. Minieme roestvlekjes op het omslag en op de zijkanten van het tekstblok. Tekst goed
In de meeste antroposofische literatuur over de beide Jezuskinderen valt de nadruk eenzijdig op het kind uit het Lucasevangelie, dus op de nathanische Jezus. Het kind uit het Mattheüsevangelie – de salomonische Jezus – blijft onderbelicht. Marina Wollmann wil met dit boek die eenzijdigheid enigszins opheffen. Zij benadrukt het unieke van de salomonische Jezus. In het salomonische kind werd immers de individualiteit van Zarathoestra geboren, die al vanuit een ver verleden verbonden was met de zonnegeest Christus. Hij bezat als enige mens een ik dat in staat was om de eigen, niet-stoffelijke omhulsels zo te bewerken dat Christus er zijn intrek in kon nemen. Alleen doordat Christus mens kon worden, werd het mysterie van Golgotha mogelijk. In het salomonische Jezuskind uit het evangelie van Mattheüs belichaamde zich de individualiteit van Zarathoestra. Daardoor bezat dit kind alle wijsheid die de mensheid tijdens haar aardse ontwikkeling kon verwerven, en die verbonden is met de ik-ontwikkeling van de mens. Marina Wollmann volgt die wijsheid vanaf Lemurië en Atlantis tot in de na-atlantische cultuurperioden: de oud-indische, de oudperzische en de chaldeeuwse tijd. Ook gaat ze in op de speciale opdracht van het oudhebreeuwse volk. Dit volk moest het goddelijk ik-bewustzijn van Jahweh tot in het bloed en zenuwstelsel beleven, het omvormen tot een kracht die met hulp van de erfelijkheidsstroom het lichaam en de organen vormt. De wijsheid die Zarathoestra veroverd had en de opdracht van het hebreeuwse volk komen tenslotte samen in het kind uit het Mattheüsevangelie: dit Jezuskind stamt niet alleen via Salomon af van koning David, maar is ook een incarnatie van de Zarathoestra-individualiteit. Deze individualiteit maakte bij de doop in de Jordaan plaats voor het Christuswezen.
Prijs: € 12,00

1665. André Roumen e.a.
Alle verandering komt tot rust in Boeddha, de geest van het universum
Rozekruis Pers 2012. Paperback met flappen, 56 p.
Bijz.: miniem kreukje in de bovenrand bij de rug (achter). Verder een prima exemplaar. Met 5 zw/w afbeeldingen
In de Symposionreeks verschijnen de lezingen van symposia, georganiseerd door het Lectorium Rosecrucianum. De lezingen in dit boek zijn van een symposium uit 2012, het derde is uit een serie van zeven over grote wijsheidsstromingen en hun actuele betekenis. 1. André Roumen (Boeddha, geest van het universum) over Boeddha en de moderne mens. Boeddha ontdekte als 'ontwaakte' de eenheid van het universum. Ieder mens is boeddhanatuur: iedereen kan net als Boeddha ontdekken dat hij deel is van de eenheid. Boeddha doorzag dat het leven een 'wielwenteling' is van ontstaan en vergaan en dat die wielwenteling onlosmakelijk verbonden is met lijden. De bron van dat lijden is de illusie dat er bestendigheid eigen identiteit bestaan. Boeddha's inzichten zijn volgens Roumen zeer actueel. Ook de moderne filosofie ziet het 'zelf' als een tijdelijk en steeds veranderend knooppunt in een netwerk van relaties. Het is mogelijk jezelf te verlossen door je met hulp van Boeddha's achtvoudig pad in te keren tot je diepste kern: zo krijg je deel aan de boeddhanatuur die het universum doordringt. 2. André van der Braak (Dharma, de bevrijdende leer van de wijsheid voorbij alle wijsheid) gaat in op Boeddha's leer of dharma. Het spreekt steeds meer vooral jonge mensen in het Westen aan dat je moet leven in het nu, nergens in hoeft te geloven en alles moet toetsen aan je eigen ervaringen. Boeddha gaf het achtvoudig pad om de mens in staat te stellen zichzelf te verlossen. Het mahayana-boeddhisme (boeddhisme van het grote voertuig) legt de nadruk op het vervolmaken van de wijsheid. Begrijpen en ervaren zijn even belangrijk als wereldverzaking en het doen van goede daden. Het mahayana-boeddhisme is de basis van het zenboeddhisme. 3. Benita Kleiberg, Jolande Eikema en Peter Huijs (Sangha. De 3 juwelen van het Pad) gaan in op het lijden: ieder gevoelig wezen lijdt, niemand wil lijden, maar lijden is de werkelijkheid. Verlossing uit het lijden is naast dharma te vinden in sangha of broederschap, in de verbondenheid, het woord en de gemeenschap. Geestesscholen spelen hierin een rol van betekenis: naast bescherming bieden ze hun leerlingen mogelijkheden voor vernieuwing en bewustwording. Gerard en Joshua Oltshoorn (De zoektocht naar de ware menselijke natuur) geven een toelichting bij de bekende zenboeddhistische parabel van 'het zoeken naar de os'. Patrick Kerwyn (Gaan-de-weg het padloze pad) geeft aan dat ieder mens zijn eigen meester en zijn eigen pad is. En Quinten Spakman (De roos en de lotus) spreekt over de lotus en de roos als symbolen voor het wonder dat er gewoon is en waarmee we ons kunnen verbinden.
Prijs: € 8,00

1666. Hermann Beckh
Onder dit nummer bieden we u 2 titels aan. De prijs per titel is € 12,00. Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen.

[A] Der Hingang des Vollendeten. Die Erzählung von Buddhas Erdenabschied und Nirvana (Mahaparinibbanasutta des Pali-Kanons)
Urachhaus, 2e dr. 1960. Gebonden, 181 p.
Bijz.: duitstalig. Bibliotheekexemplaar met naamstempel op schutblad en binnenkant band (voor). Linnen band is verkleurd op de rug en een strook langs de bovenrand (voor). Tekst goed
Dit boek bevat de vertaling van een heilige tekst in het Pali en een inleiding erop door Hermann Beckh (zie ook nr. 1645, 1666B en 1667). De tekst gaat over de laatste levensjaren van Boeddha en zijn afscheid van de aarde. Uit de oude heilige tekst spreekt, ondanks de strenge woordkeus, een grote verering en liefde voor Boeddha. Daardoor maakt de tekst niet op de eerste plaats het voorchristelijke zichtbaar, maar het blijvend-menselijke. Ook het Christusgebeuren leeft al in deze tekst: Boeddha vraagt zijn geliefde leerling Ananda of hij die de Boeddhaweg volgt ook in staat is om zich langs bovenzinnelijke weg tot aan het eind der tijden te verbinden met de aarde en de mensheid en te werken voor het welzijn van alle schepselen. Ananda begrijpt de toespeling niet, en dan besluit Boeddha de aarde te verlaten. Ananda was Boeddha's meest geliefde leerling, en toch verslaapt hij het ogenblik waar het op aankomt. In Boeddha's tijd, 500 jaar voor Christus, was de mensheid nog niet klaar voor de verbinding tussen een kosmisch wezen en de aarde, maar ze zou het weldra zijn. Boeddha blijft zich steeds afvragen wat hij de mensen kon meegeven.
In zijn inleiding gaat Hermann Beckh in op de overeenkomsten en verschillen tussen Boeddha en Christus. Hij behandelt de leer van Boeddha, de plaats van het lijden in deze leer, en het achtvoudig pad als weg uit dit lijden. Ook kijkt hij naar de originele tekst: taal, compositie, ritme– elementen die moeilijk in een vertaling weer te geven zijn, maar wel van belang zijn omdat ze de inhoud van de vertelling ondersteunen. Om handhaaft Beckh de ritmische herhalingen in de tekst: want ook al worden ze door moderne lezers niet begrepen, ze oefenen net als de inhoud van de tekst een zekere etherische werking uit.

[B] Boeddha en zijn leer
Christofoor, 2e dr. 1979. Gebonden, 257 p.
Bijz.: stofomslag ontbreekt. Band is wat sleets op de hoeken en randen en boven- en onderaan de rug. Tekst goed. Met literatuuropgave en woordenlijst
Halverwege de 19e eeuw ontstond grote belangstelling voor de oosterse wereld. Er kwam een stroom van literatuur op gang over diverse oosterse godsdiensten. Die belangstelling was ongetwijfeld het gevolg van de kolonisatie, waardoor het westen de leefwereld van het oosten leerde kennen. Toch wijst die belangstelling ook op onvrede met de eigen westerse cultuur. Hermann Beckh (1875-1937), auteur van dit boek over Boeddha, was hoogleraar oosterse talen en godsdienstwetenschappen tot hij op de leeftijd van 47 jaar besloot om priester in de Christengemeenschap te worden (zie over de auteur ook nr. 1645).
'Boeddha en zijn leer' is een standaardwerk. In de eerste afdeling (De Boeddha) beschrijft Beckh het leven van Boeddha vanuit twee gezichtspunten: eenmaal vanuit de vaak bijzonder mooie legenden die er rond het leven van Boeddha te vinden zijn, en eenmaal vanuit de historisch bekende gegevens. In de tweede afdeling (De leer) behandelt Beckh de kernpunten van het boeddhisme, met name de verschillende treden van het achtvoudig pad. Door zijn weloverwogen manier van beschouwen en zijn grote kennis van het onderwerp weet Hermann Beckh inzicht te geven in de verhouding tussen westerse en oosterse levensvormen. Daardoor wordt het niet alleen mogelijk om te begrijpen waarom Boeddha voor het Oosten zo belangrijk is, maar ook om te onderkennen welke waarde Boeddha heeft voor de moderne westerse mens.
Prijs per titel: € 12,00
Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

1667. Hermann Beckh
Zarathustra
Verlag der Christengemeinschaft 1927. Gebonden, 111 p.
Bijz.: duitstalig. Roestvlekjes op de binnenkant van de band en de schutbladen. Linnen band en tekst in goede staat. Formaat 11,5 x 15,5 cm. Uit de reeks Christus aller Erde, deel 24. Zeldzaam
Hermann Beckh kwam de figuur van Zarathoestra eerst tegen in het werk van Friedrich Nietzsche (Also sprach Zarathustra), daarna in de perzische Avesta tijdens zijn studie oosterse talen, en ten slotte uit het geestelijk onderzoek van Rudolf Steiner. Zo verliepen Beckhs ontmoetingen met Zarathoestra, maar in het boek is de volgorde anders. Beckh schetst in het laatste hoofdstuk de geschiedenis van de Avesta, dat zijn uitspraken van Zarathoestra die pas eeuwen na het leven van de onbekende 'oer'Zarathoestra schriftelijk werden vastgelegd. In hoofdstuk 2 gaat hij met hulp van Rudolf Steiners geestelijk onderzoek in op de oer-Zarathoestra, die in een tijd leefde die geen geschreven bronnen naliet. Beckh legt het verschil uit tussen de Krishna-Boeddhastroming uit India en de perzische Zarathoestrastroming: die laatste stroming neemt als eerste bewust het aardse en menselijke in zich op, evenals de Christus-toekomst van de aarde. Die Christus-toekomst beheerst alle mysteriën in de Oudheid. De Boeddha-stroming herkennen we in het Lucas-evangelie, de Zarathoestrastroming in het Mattheüsevangelie. Beckh bekijkt de Jezus uit het Mattheüsevangelie die in Egypte de sterrenwijsheid terug vindt die Zarathoestra ooit aan zijn leerlingen onderwees. Verder legt Beckh een verband tussen Jezus, Zarathoestra en het mysterie van Golgotha. Maar hij begin in hoofdstuk 1 met de Zarathoestrafiguur bij Nietzzsche, die een verheven figuur is: de mens die de hoogste waarden van menszijn verwerkelijkt. Die mens wordt bedreigd door een duistere macht die in zijn innerlijk werkt en hem ervan af wil houden zijn menszijn te verwezenlijken. Nietzsche noemt die duistere macht 'de geest van de zwaarte'. Beckh was ervan overtuigd dat deze 'geest van de zwaarte' dezelfde is die Steiner Ahriman noemt en die de hele mensheid belaagt. Steiners Zarathoestra, die Beckh als laatst leerde kennen, bracht beide andere Zarathoestragestalten samen. Steiners Zarathoestra sloeg voor Beckh de brug van de Zarathoestra uit het oerverleden naar de Zarathoestra uit de Avesta, en stelde de Zarathoestra van Nietzsche in een nieuw en verrassend licht. Veel uitspraken die Nietzsche zijn Zarathoestra in de mond legt, bevatten een betekenis waar Nietzsche zelf zich niet van bewust was en die te maken heeft met de wederkomende Christus.
Prijs: € 19,50

1668. D.J. van Bemmelen
Zarathustra, de eerste profeet van Christus – De Gatha's van Zarathustra
Vrij Geestesleven 1967. Gebonden, 203 p.
Bijz.: net bibliotheekexemplaar (geplastificeerd) met op het schutblad 1 naamstempel en de naam van de vorige eigenaar. Met een plastic insteekhoesje aan de binnenkant van de band (voor). Met 8 zw/w tekeningen in de lopende tekst en 12 zw/w foto's op glad papier. Met een register van iraanse woorden. Zeldzaam
Christenen zien de boeken van het Oude Testament als openbaringsboeken die de komst van Christus voorspellen. De heilige boeken uit India (veda's en Bhagavad Gita) werden in Europa bekend door het boeddhisme en de theosofie, en worden om hun esoterische inhoud zeer gewaardeerd. Minder bekend zijn de perzische heilige boeken, de Gatha's van Zarathustra, die ook in hoge mate een openbaringskarakter hebben. Volgens Daan van Bemmelen is het uitermate belangrijk om juist in onze tijd de leer van Zarathustra op te vatten als een voorchristelijk christendom. Zarathustra schouwde de Christusgeest toen die nog in het zonnerijk verbleef. Toen al zag hij dat de mens eenmaal drager van deze Christusgeest op aarde zou worden. Zarathustra leerde de mensen daarom om de aarde lief te hebben en te cultiveren. Ook leerde hij hen om op hun hoede te zijn voor het kwaad dat op aarde zijn werkzaam wil zijn en de mens kan verleiden. Van Bemmelen baseerde zich voor deze studie en voor de vertaling van de Gatha's op de antroposofie van Rudolf Steiner. Het eerste en langste gedeelte van dit boek bestaat uit een uitvoerige inleiding – eigenlijk meer een boek in 7 hoofdstukken – waarin Van Bemmelen de geschiedenis, de legenden en het leven van Zarathustra bespreekt. Ook behandelt hij in deze inleiding de perzische godenleer, de inwijding in de mysteriën en de commentaren op de Gatha's. Verder geeft Van Bemmelen een aantal teksten uit de Avesta (de perzische heilige boeken), en tenslotte gaat hij uitgebreid in op Zarathustra's eschatologie en zijn profetie over de komst van Christus. Het 2e gedeelte bevat de vertaling van de 17 Gatha's van Zarathustra, die elk weer uit een aantal verzen bestaan.
Prijs: € 35,00

1669. Zaratushtra
De Gatha's van Zaratushtra. Vertaald door Jelle de Vries
Mirananda 1995. Paperback, 92 p.
Bijz.: vlekje op schutblad. Verder in goede staat. Met een korte verhandeling over Zaratushtra door Carolus Verhulst. Weinig aangeboden
De Gatha's van Zaratushtra werden in de 5e eeuw v. Chr. op schrift gesteld in een taal die bekend staat als Gatha-Avestisch. Er zijn in deze taal geen andere teksten bekend, wat de vertaling ervan zeer moeilijk maakt. De meeste vertalingen bevatten veel interpretaties. Jelle de Vries probeerde dit interpretatieve zoveel mogelijk te beperken. Hij streefde naar een vertaling die zo letterlijk en consequent mogelijk is. De Gatha's van Zaratushtra maken deel uit van het perzische religieuze geschrift de Avesta. Dit bestaat uit een tekst – de Avesta – en het commentaar erop – de Zend. Vandaar dat ook wel gesproken wordt over Zend-Avesta. De teksten geven uiting aan de perzische religie die op basis van Zaratushtra's leer ontstond, een leer die eeuwenlang mondeling werd overgeleverd. De Avesta zoals wij die kennen, is maar een klein gedeelte van het oorspronkelijke en veel omvangrijker geschrift dat waarschijnlijk 21 boeken ('nasks') omvatte. De bewaard gebleven Avesta bestaat uit een aantal kleinere en 3 grote geschriften: de Vendidad, de Visperad en de Yasna. De Vendidad (een complete 'nask') geeft priesters aanwijzingen om demonen uit te bannen en straffen op te leggen en omvat verder eschatologisch, kosmologisch en historisch materiaal. De Visperad is een verzameling invocaties tot 'alle goden' en toverformules. Dit liturgische werk werd bij de eredienst gebruikt naast de Yasna. De Yasna – het woord betekent 'offer' – bestaat uit een ouder en een jonger gedeelte. In het jongere deel staan gebeden om te gebruiken bij offeranden, in het oudere deel de Gatha's van Zaratushtra. Er zijn zeventien Gatha's (Yasna 28-53) die elk uit een aantal verzen bestaan. De hier aangeboden uitgave van de Gatha's worden ingeleid door een artikel door Carolus Verhulst, eerder gepubliceerd in het tijdschrift Prana.
Zowel Verhulst als De Vries gaan uit van de gangbare opvatting dat Zaratushtra, de stichter van de perzische religie die naar hem 'zoroastrisme' wordt genoemd, circa 1000 jaar voor Christus leefde. De leer van deze Zaratushtra was echter gebaseerd op die van een veel oudere Zaratushtra – hij is de grote ingewijde die Rudolf Steiner bedoelt. Zijn leer wordt wel hoorbaar in de overgeleverde tekst van de Gatha's. Die leer houdt in dat de Wijze de wereld schiep met hulp van de Heilige Geest en dat er van meet af aan twee geesten bestaan: een goede geest die rechtvaardigheid wil, en een kwade die het slechte wil veroorzaken. De wereld is hun strijdtoneel. De Wijze liet de mens de keus tussen de krachten van de goede of van de kwade geest.
Prijs: € 12,00

1670. Andrew Welburn
Das Buch mit vierzehn Siegeln. Zarathustra und die Christus-Offenbarung
Freies Geistesleben 1995. Gebonden met stofomslag, 300 p.
Bijz.: duitstalig. Stofomslag is op de bovenrand wat sleets. Met 8 pagina's zw/w foto's op glad papier. Met een lijst van speciale namen en begrippen en een zaak- en personenregister
In 1945 werd bij toeval bij het egyptische Nag Hammadi een grote hoeveelheid geschriften gevonden die dateren uit het begin van onze jaartelling. Ze omvatten andere evangeliën en openbaringen dan in de bijbel gegeven worden, maar ook spirituele teksten van christelijke stromingen die later verdwenen of met de officiële kerk in conflict kwamen en werden vervolgd. De Nag Hammadi-geschriften vormen daarom een bron van informatie over de geloofsbeleving en geloofsopvattingen in het vroege christendom. Een van de teksten die, mogelijk uit angst voor vervolging bij Nag Hammadi verborgen werd, is een document met de naam 'De Apocalypse van Adam' dat 14 buitengewone uitspraken over de 'Verlichte' bevat. In 'Das Buch mit vierzehn Siegeln' komt Andrew Welburn, hoogleraar in Oxford, met resultaten van zijn onderzoek naar dit gnostische document. Hij combineert de inhoud van dit document met zowel de inzichten van Rudolf Steiner als met zijn eigen kennis van oude culturen, waardoor een groots panorama ontstaat.
In de oude mysteriën werd gesproken over de openbaring van een 'zegel', wanneer de leerling in de mysteriën een nieuwe trap op de weg naar wijsheid beklommen had. Het belangrijkste gedeelte van 'De Apocalypse van Adam' wordt gevormd door de 14 'zegels', 14 uitspraken over de incarnaties van Zarathoestra. Elke incarnatie zou je dus kunnen zien als het bereiken van een hogere trap van wijsheid door deze grote perzische ingewijde. Uit de 14 zegels blijkt dat Zarathoestra bij bijna alle volken uit de Oudheid incarnaties doormaakte, waarvan de zegels er 12 volgens een vast patroon beschrijven. Welburn bespreekt eerst het geschrift zelf en de figuur van de profeet Zarathoestra. In de tweede afdeling, die het grootste deel van dit boek beslaat, bespreekt hij alle incarnaties van Zarathoestra die in 'De Apocalypse van Adam' worden aangegeven. Uit deze incarnatie-reeks blijkt dat de individualiteit van Zarathoestra vele aspecten van het menszijn doorleefde. Bij de 13e incarnatie wijkt de schrijver af van het vaste patroon, omdat deze incarnatie voor hem nog in de toekomst lag: het geschrift dateert waarschijnlijk uit de eerste eeuw voor Christus. De schrijver geeft aan dat de 13e incarnatie van Zarathoestra plaats zal vinden in Palestina, en via de uitspraken van Rudolf Steiner weten we dat het hier om het Jezuskind uit het Mattheüsevangelie moet gaan. Over de 14e incarnatie hangt een waas van geheimzinnigheid. De Zarathoestra-individualiteit die door alle incarnaties heen ontzaglijk wijs en groot geworden was, stijgt nu boven zichzelf uit door een wezen in zich op te nemen dat veel groter is dan hij en dat niet met name genoemd wordt: we weten – alweer via Steiner – dat de Zarathoestra-individualiteit plaats maakte voor het grote zonnewezen Christus. Daarmee maakte hij het voor Christus mogelijk om mens te worden en het mysterie van Golgotha door te maken.
Prijs: € 17,50

1671. Rudolf Steiner
Onder dit nummer bieden we u 2 titels aan. De prijs per titel is € 12,00. Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

[A] De kerstgedachte en het geheim van het ik
Zevenster 1984. Paperback, 48 p.
Bijz.: aantekening met pen op pagina 7. Vage sporen van aantekeningen in de marge en een enkele onderstreping met potlood op de pagina's 8-17. Tekst verder goed. De eerste voordracht komt uit GA 165, de tweede uit GA 150. Zeer weinig aangeboden
1. De kerstgedachte en het geheim van het ik. Het ik blijft tijdens het leven op aarde in zekere zin in de geestelijke wereld. Wat we meemaken, laat sporen na in het fysieke, etherische en astrale lichaam, maar niet in het ik. Dat kijkt toe vanuit de geestelijke wereld, waar het verbonden blijft met Christus. Christus is na Golgotha het ik van de aarde geworden dat met Kerstmis als kind op aarde geboren wordt. Het mensen-ik wordt ook verbeeld als een kind. Kerstmis herinnert ons aan de hemelse kindkrachten waar dat ik mee verbonden is. Die kindkrachten worden ontroerend naïef verbeeld in de middeleeuwse kerstspelen. De eenvoudige mensen die via deze kerstspelen het beeld van het kind leerden kennen, keken met verwondering en eerbied naar het goddelijk kindje in wie ze hun eigen hogere ik herkenden. Ook werd in de kerstspelen een verband gelegd tussen Adam en Eva en de geboorte van Jezus: volgens de legende groeide de boom waarvan het hout werd gebruikt voor het kruis op Golgotha uit het graf van Adam (soms slaapt het kindje daarom op een kruis ipv in een kribbe). Steiner ziet deze boom als beeld voor het materiële denken dat niets van de bovenzinnelijke wereld wil weten. De mens kruisigt zijn eigen kinderlijke ik op het materialistisch denken.
2. De kracht van het kind en de kracht van de eeuwigheid. Het Jezuskind uit het Lucasevangelie beschrijft Steiner als het 'kind van de mensheid', dat alle kwaliteiten meenam naar de aarde die de mens had kunnen hebben als hij niet door de zondeval was gegaan. Dit Lucaskind laat zien dat we in ons innerlijk het jonge, het kinderlijke moeten bewaren, want daarin kan het Christuskind geboren worden.

[B] De joeltijd en de kerststemming
De kerstboom – een symbolum
Zevenster 1983. Paperback, 64 p.
Bijz.: rug ietsje verkleurd. miniem kreukje in bovenrand (voor). Minieme vlekjes op voorkant omslag. Tekst goed. De eerste voordracht komt uit GA 125, de tweede uit GA 117. Zeer weinig aangeboden
1. De joeltijd en de kerststemming. Volgens Rudolf Steiner heeft wat wij vieren als het kerstfeest overal in de wereld in een of andere vorm bestaan. De oude volken in Europa beleefden in de zonnekracht van de zomer de verbinding van het mensen-ik met de omringende natuur. In de winter beleefden ze de oorsprong van het mensen-ik uit de goddelijke wereld. Hieruit ontstond een natuurlijke verbinding met het kerstfeest als geboortefeest van Jezus van Nazareth. In de middeleeuwen werd deze geboorte via kerstgroepen en kerstspelen aanschouwelijk gemaakt en ze vervulde de mensen met liefde voor het Jezuskind. De antroposofie wil de Christusimpuls in het hart geboren laten worden, maar daar mag het niet bij blijven: dit 'kerstkind' in de kribbe van het hart moet uitgroeien tot de Christus van het paasfeest die de mensen tot opstanding in de geest brengt.
2. De kerstboom – een symbolum. Volgens Steiner is de kerstboom een relatief nieuw symbool: Goethe was een van de eersten die de kerstboom beschouwde als symbool van geestelijke vooruitgang. De kerstboom kan tot symbool worden voor de mens die zich met de geest van de kosmos verbindt en zich ervan bewust is dat deze geest van de kosmos zichzelf in de zomer in de plantengroei spiegelt, en zich in de winter in het zaad in de aarde terugtrekt. Zo kan in de mens een besef ontstaan dat de dood alleen fysiek is, en het leven eeuwig en onsterfelijk.
Prijs per titel: € 12,00
Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

1672. Camille Schneider
Der Weihnachtsbaum und seine Heimat das Elsass
Philosophisch-Anthroposophischer Verlag am Goetheanum 1965. Paperback, 111 p.
Bijz.: duitstalig. Omslag is wat sleets op randen en hoeken en boven- en onderaan de rug. Op 4 pagina's minieme spoortjes van een klein streepje in de marge. Met 5 zw/w afbeeldingen op glad papier
Camille Schneider gaat in dit boek de oorsprong na van de kerstboom die in de kersttijd de huiskamers siert. Vóór de 16e eeuw was het geen gewoonte om een kerstboom te zetten. Pas in de 16e eeuw haalden leden van de handwerksgilden uit Straatsburg in de Elzas dennebomen uit de bossen rond de stad ter versiering van de gildehuizen. Ook werden dennebomen gebruikt bij het paradijsspel in de kerk. De kerstboom staat volgens Schneider voor een spirituele werkelijkheid: de geboorte van het licht op aarde vervult de aardse levenskrachten met licht. Die innerlijke beleving begon in de 16e eeuw als levende werkelijkheid te verdwijnen uit de ziel van de mensen. En juist daarom ontstond de behoefte aan een symbool waarin het verlorene concreet zichtbaar werd en zo weer tot leven gewekt kon worden. Bij zijn zoektocht naar de oorsprong van de kerstboom bespreekt Schneider de volgende thema's. 1. De geschiedenis van het kerstfeest. 2. De legende van de levensboom: de uit het paradijs verdreven Adam vroeg op zijn sterfbed een geneesmiddel tegen de dood. Hij kreeg een zaadje van de boom des levens, dat met hem begraven werd. Uit dit zaad groeide de boom waarvan het kruis werd gemaakt. 3. De historische bodem van de kerstboom in de Elzas en de spirituele voorwaarden die de Elzas bood voor het verschijnen van de kerstboom. 4. De eerste kerstboom in de gildehuizen in de Elzas. 5. De lichtjes in de kerstboom. 6. De kerstboom als symbool van het licht. 7. De snelle verspreiding van de kerstboom in de literatuur. 8. De kerstboom als stralend middelpunt van het kerstfeest in de hele wereld. 9. Kerstminiaturen (Schneider belicht kort enkele spirituele persoonlijkheden en gebeurtenissen uit de Elzas, zoals de overal aanwezige sporen van de Kelten, en personen als Johannes Tauler, Rilke, Goethe en Morgenstern die 'iets' van zichzelf achterlieten in de Elzas.
Prijs: € 10,00

1673. Angelus Silesius
Zwerver tussen hemel en aarde. Ingeleid en vertaald door Jacques Benoit
Uitgeverij N. Kluwer 1971. Gebonden, 100 p.
Bijz.: formaat 14 x 19 cm. Stofomslag ontbreekt. Deel voorschutblad is verwijderd. Blauw linnen band en tekst zijn in goede staat. Zeer weinig aangeboden

Het licht der heerlijkheid schijnt midden in de nacht
Wie kan het zien? Een hart dat ogen heeft en wacht.

God is mijn middelpunt als ik hem in mij sluit,
Mijn omtrek tegelijk, vloei ik in liefde uit.

'Zwerver tussen hemel en aarde' is een bloemlezing uit het meest bekende mystieke werk van Angelus Silesius ('Der cherubinische Wandersmann'). Angelus Silesius is het pseudoniem van de in Silezië geboren Johan Scheffler (1624-1677). Zijn mystiek werd o.a. beïnvloed door de collegianten, een stroming binnen het reformatorische christendom die zich liever liet inspireren door mystieke bezinning en bezieling dan door dogmatische vorming. Scheffler kwam met deze collegianten in aanraking toen hij in Leiden medicijnen studeerde: Deze bloemlezing werd verzorgd door Jacques Benoit die ook de inleiding schreef over leven, mystiek en dichterschap van Angelus Silesius. Benoit ziet geen verwantschap tussen Silesius' mystiek en de extatische ervaringen van een Teresa van Avila of een Joannes van het Kruis. De mystiek van Silezius is een vorm van 'innerlijk weten'. Grote thema's in Silesius' werk zijn de eenheid van al het geschapene zoals ook Franciscus van Assisi die bezong, het raadsel van eeuwigheid en tijd, en de eenheid van God en mens. Dat laatste is voor Angelus Silesius een grote innerlijke zekerheid en daarin gaat hij heel ver:

Ik weet dat zonder mij God geen moment kan leven
Houd ik op te bestaan, hij moet zelf de geest ook geven.

Ik ben zo groot als God, hij is als ik zo klein,
Hij kan niet boven mij, ik onder hem niet zijn.

God schept de wereld nóg, en dat verwondert u?
Maar er bestaat bij hem nog vóór noch na, slechts nu.

Meent gij, de eeuwigheid duurt langer dan de tijd?
Zo meet gij met de tijd, niet met de eeuwigheid.

In zijn inleiding gaat Jacques Benoit dieper in op de pan-entheïstische trekken in Silesius' mystiek: Silesius beleeft de mens als het middelpunt van de 'al-eenheid', de hoogst mogelijke verbinding tussen God en wereld. Dit pan-entheïstisme verbindt de mystiek van Silesius met het neoplatonisme, boeddhisme en soefisme. Het maakt Silesius ook verwant aan de mystieke uitingen van Vladimir Soloview (1853-1900) die eveneens uitging van de gedachte dat de mens door de menswording van Christus de mogelijkheid had verworven om zelf goddelijk te worden.
Prijs: € 14,50

1674. Onder dit nummer bieden we u 3 titels aan. De prijs per titel is € 8,00. Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

[A] Jacob Boehme
Over het bovenzinnelijke leven. Een samenspraak van een leraar met zijn leerling
Rozekruis Pers, 6e dr. 1998. Gebonden, 69 p.
Bijz.: prima exemplaar. Formaat 11 x 15,5 cm.

Leerling; Hoe kan ik tot het bovenzinnelijk leven komen, opdat ik God zal zien en Hem zal horen spreken?
Meester: indien ge u één ogenblik zou kunnen verheffen in het gebied waar geen schepsel woont, hoort ge wat God spreekt.
Leerling: Is dat gebied nabij of ver?
Meester: Het is in u; als ge in staat zijt uw gehele wil en zinnen één uur te doen zwijgen, zult ge de onuitsprekelijke woorden Gods horen.

Jacob Boehme (1575-1624) schreef 'Over het bovenzinnelijke leven' twee jaar voor zijn dood. Hij behandelt hierin enkele vraagstukken over het diepste wezen van de mens, dat hij aanduidt met de term 'ziel'. Boehme onderscheidde zich uiterlijk weinig van zijn medemensen: hij trouwde, kreeg kinderen en oefende het nederige beroep van schoenmaker uit. Innerlijk onderscheidt hij zich wèl, omdat hij tot vier keer toe wordt aangeraakt door een spirituele ervaring. In zijn werk 'Aurora' beschrijft hij dat hij de eerste keer zo door het licht werd aangeraakt dat hij 'tot het middelpunt van de verborgen natuur' kon kijken, een ervaring die zich tijdens zijn leven zo verdiepte dat hij 'door het geschapene heen de wonderwerken van de schepper klaar en geopend' vond. Toen de kerk Boehme een schrijfverbod oplegde, reageerde hij volgens zijn eigen inzichten: geen ding kan zichzelf leren kennen zonder tegenstand. Maar erkenning kreeg Boehme ook. Zijn werk was in Duitsland wel verboden, maar het werd aan het hof van Dresden gelezen en vond vandaar zijn weg naar andere europese steden, o.a. Amsterdam. Vorsten, filosofen en theologen werden door Boehmes werk beïnvloed, onder hen Leibniz, Spinoza, Schopenhauer en Newton. Boehme wilde mensen alleen maar op het spoor van wedergeboorte in Christus zetten, een volkomen innerlijk gebeuren, maar wel in het hier en nu. Hij doet dit ook via de heldere, doorleefde teksten in dit boek waarvan sommige ware pareltjes zijn.

[B] C. Goud, P.F.W. Huijs en P.G. Olsthoorn
Jacob Böhme. Het visioen van Böhme: 'Een zeer lichte morgenster is opgegaan'. Symposiom van het Lectorium Rosecrucianum, de Internationale School van het Gouden Rozenkruis
Renova 2000. Brochure, geniet, 63 p.
Bijz.: voorkant omslag is iets verkleurd. Tekst en afbeeldingen goed. Met 6 zw/w afbeeldingen en een chronologische lijst van Böhmes werk
Dit boekje bevat de lezingen, uitgesproken op een symposium van het Lectorium Rosecrucianum. Volgens de organisatoren bestaat er een parallel tussen de felle discussies over spiritualiteit aan het begin van de 17e eeuw en de verwarring en onrust van de zoekende mens aan het begin van de 21e eeuw. Levensvernieuwing is altijd het gevolg van een samengaan van kennis, liefde en daad: nieuwe kennis, nieuwe hartwerkzaamheid en daaruit voortvloeiend nieuwe handeling. In de middeleeuwen vinden we deze 3 aspecten terug in de impulsen van de graal, de katharen en de tempelieren, in onze tijd bij het Lectorium Rosecrucianum. In de 17e eeuw zijn ze te vinden bij de klassieke Rozekruisers (Fama Fraternitatis) die als kleine kring voort bleef bestaan. In Amos Comenius zien we een man van de daad die de vlam van de rozekruisers brandende hield en van Midden- naar West-Europa bracht. Het hart en de liefde vinden we bij de eenvoudige ambachtsman Jacob Böhme die uit directe aanschouwing begreep hoe de alomvattende goddelijke natuur en de schepping zich tot elkaar verhouden: Als de brug tussen deze beide werelden zag Böhme Sophia: Christus als altijd werkzame kracht van de liefde.
C. Goud gaat in zijn lezing in op thema's en motieven uit het werk van Böhme. De kennis die Böhme ontving, beschouwde hij als afkomstig van de Heilige Geest. Het verwerven was een moeizaam innerlijk proces en een lezer van zijn werk moest volgens Böhme onbevangenheid ontwikkelen om het te begrijpen. P.F.W. Huijs beschrijft hoe Böhmes werk in Nederland kwam en gaat in op de parallelle impulsen van de broeders van het Rozenkruis en Jacob Böhme. G.P. Olsthoorn ziet Böhmes werk als een weg tot het kennen van het geestelijke. Om het universum te bereiken, moeten de aardse tegenstellingen worden overstegen (goed en kwaad, waarheid en leugen etc.). Ten slotte wordt de bijzondere band tussen Nederland en Böhme, thema van Huijs, door hem verder uitgediept in een korte bijdrage over Böhme, de etser Jan Luyken, en de Ziel.

[C] Gerhard Wehr
Jakob Böhme – der Geisteslehrer und Seelenführer
Aurum Verlag 1979. Paperback met flappen, 109 p.
Bijz.: duitstalig. Lichte breuk in rug. Verder in goede staat. Formaat 11 x 18 cm.
Gerhard Wehr, geschiedschrijver van de christelijke esoterie, tekent in dit boek een portret van Jakob Böhme (1575-1624), de mysticus die door veel vertegenwoordigers van de midden-europese spiritualiteit werd gewaardeerd: onder hen mensen als Hegel, Novalis, Rudolf Steiner en Carl Gustav Jung. In twee hoofdstukken (Jakob Böhme in seiner Zeit; Böhmes Lebensgang) schetst Gerhard Wehr een mysticus die geen geleerde theoloog was, maar gewoon schoenmaker. Volgens Wehr bezat Böhme een eenvoud die uit de diepte van zijn hart kwam. Dat maakte dat velen hem zagen als geestelijke leraar en 'christelijke goeroe' (Der Geisteslehrer). Wehr bekijkt in dit hoofdstuk een viertal aspecten van Böhmes wijsheidsleer: zijn visie op God, de kosmos, op de mens, en op Christus. Deze aspecten zijn te vinden in Böhmes werk 'Aurora' waarin hij uitvoerig de rijkdom van zijn wereld- , mens- en godsbeeld weergaf. Bovendien beschreef Böhme een christelijke inwijdingsweg die niet alleen toen, maar ook nu nog geldigheid bezit en tot het geheim van de opgestane Christus leidt. In het laatste hoofdstuk (Der spirituelle Meister und Geistesführer) wijst Wehr er nogmaals op dat Böhme zijn mystieke kennis in het verborgene ontving terwijl hij uiterlijk een gewoon bestaan bleef leiden. Als ontvanger van een bovenzinnelijke kennis voelde Böhme wel de verantwoordelijkheid om anderen de weg te wijzen die hijzelf had leren kennen, ook al riep dat bij velen tegenstand op en kwam hij erdoor in moeilijkheden. In een tijd waarin naar originele religieuze en mystieke ervaring gezocht wordt, is het de moeite waard om kennis te maken met het werk van deze bijzondere mysticus.
De prijs per titel is € 8,00
Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

1675. Gerhard Wehr
Jakob Böhme. Geistige Schau und Christuserkenntnis
Novalis Verlag 1976. Gebonden met stofomslag, 218 p.
Bijz.: duitstalig. Roestvlekjes op bovenkant tekstblok. Verder goed exemplaar. Deel 2 uit de reeks Zeugnisse christlicher Esoterik
Dit boek bevat een bloemlezing van 184 teksten (citaten) van Jakob Böhme (Jakob Böhme über sich und seine Erkenntnisart, pagina 57-210), voorafgegaan door een uitvoerige inleiding op Böhmes leven en werk door Gerhard Wehr. Wehr schetst eerst een beeld van Böhmes leven, om dan zijn werk en thematiek te bespreken (Jakob Böhme als Zeuge eines universalen Christentums). De protestante mysticus Jakob Böhme (1575-1624) was een eenvoudige schoenmaker uit Görlitz, een stadje op de pools-duitse grens. Hij spande zich zijn leven lang in om zijn geestelijke waarnemingen te verwerken en in woorden te vatten. Hij ondervond daarbij veel tegenstand van de officiële kerk. Wehr schetst dat Böhme aansluit bij duitse mystici als meester Eckehart en Nicolaas van Kues en dat hij een universeel christendom nastreefde. Aan de basis van zijn 'filosofie' staan echter reële spirituele ervaringen die hij zo concreet en natuurgetrouw mogelijk in woorden wilde weergeven. Een van de inzichten die Böhme zelf met schrik vervulde, maar waar hij niet omheen kon, was het gegeven dat goed en kwaad allebei in God hun oorsprong hebben. Verder was het hem duidelijk dat de mens zoals hij is lang niet voltooid is, maar wel op weg naar voltooiing. De mens is een proces, hij is nog in wording. Een ander groot thema in Böhmes werk is het androgyne principe, de heelheid van de mens die zowel het mannelijke als het vrouwelijke principe omvat. Böhme ontdekte het androgyne principe via zijn eigen bovenzinnelijke ervaringen, maar dit thema heeft in Europa wel een voorgeschiedenis: Plato gaat al op dit thema in in de dialoog uit Symposion over de tweegeslachtelijke mens, en ook in de joodse kabbala blijft het thema niet onbesproken. In de kabbala steunt de idee van de androgyne mens op de bijbeltekst over de schepping van de mens: God schiep de mens naar zijn beeld, naar Gods beeld schiep hij hem, mannelijk-vrouwelijk schiep hij hem. De androgyne idee is wezenlijk om het proces van voltooiing van het menszijn te doorlopen. Böhme wil de weg wijzen in dit proces, waarbij hij wijst op de ware voorganger: Christus. De weg naar voltooiing van het menszijn is geen andere dan de navolging van Christus.
Prijs: € 12,00

1676. Jochen Fassbender
Klangkunst und die Kunst des Hörens
Flensburger Hefte Verlag 2014. Paperback, 128 p.
Bijz.: duitstalig. Vrijwel als nieuw. Met een groot aantal zw/w afbeeldingen en een cd
Klankkunstenaar Jochen Fassbender ontwikkelt en bouwt klankobjecten en geeft cursussen en concerten. Bij zijn onderzoek naar akoestische mogelijkheden benadert hij klank op onconventionele manieren. Hij beperkt zich niet tot welluidende klank of muziek, maar onderzoekt ook het geluid of het lawaai van machines en andere hoorbare voortbrengselen van de industrie. Volgens Fassbender kan hij de wereld van geluid, klank en muziek alleen echt onderzoeken door veelzijdig te zijn. Hij begint zijn onderzoek op fysiek gebied: met het bewerken (zagen, boren, slijpen) van het materiaal waarvan hij klankobjecten maakt. Door die klankobjecten te bespelen leert hij de mogelijkheden van diverse materialen, vormen en bewegingen kennen. Wat hij op die manier ontdekt, inspireert hem tot nieuwe ideeën voor klankobjecten. En zolang deze spiraal van bouwen, ontwikkelen, spelen en onderzoeken doorgaat, leert hij ook de geestelijke werelden achter klank kennen. Klank en muziek vormen de universele taal waarin we met alle wezens kunnen spreken.
Passend bij de door Fassbender gewenste veelzijdigheid worden in dit boek diverse fenomenen behandeld, zoals de 4 elementen, de orkaan Katrina, het ontdekken van klankwetten, bewust luisteren, beweging, stilte, materialen (hout, steen, keramiek, glas, metaal), boventonen, benedentonen, klank en vorm, trillingen, resonantie, ruimte en akoestiek, klank- en luisterervaringen in de natuur (muziek bij een bron, op een zonnige dag aan zee, in de avondschemering, onder de regenboog), luisteren met het hart, luisteren in de tijd, de muziek van de laatste 100 jaar (o.a. jazz, bebop, dixieland, swing), een nieuwe opvatting over muziek (o.a. spiegel van de evolutie, verruiming van de toonsystemen) en: toekomst muziek.
Fassbender slaat een brug tussen natuurwetenschap en spiritualiteit: zijn onderzoek beperkt zich niet tot het objectieve, zoals veel natuurwetenschappelijk onderzoek. Zou Fassbender zich op akoestische verschijnselen concentreren zonder op te letten wat de klank uitstraalt of hoe klank op de omgeving en hemzelf werkt, dan blijft zijn onderzoek beperkt tot een deel van het te onderzoeken gebied. Daarom betrekt hij ook de werking van muziek op het gevoel bij zijn onderzoek. In dit boek worden beschrijvingen van objectieve fenomenen altijd afgewisseld met die van subjectief beleefde waarnemingen. Omdat het moeilijk is om over klank te schrijven zonder die te laten horen, werd een cd bijgevoegd met daarop 11 voorbeelden van muziek met Fassbenders klankobjecten.
Prijs boek met cd: € 14,50

1677. Onder dit nummer bieden we u 2 titels aan. De prijs per titel is verschillend. Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

[A] Eva Rudy Jansen
Klankschalen. Tingsha's, Dorje en Bel. Werking en gebruik
Binkey Kok, 4e dr. 1996. Paperback, 94 p.
Bijz.: lichte breuk in rug. Hoekjes omslag iets gekreukt. Tekst goed. Met een aantal zw/w afbeeldingen
Eva Rudy Jansen verdiept zich in dit boek in de Himalayaklankschalen, die door de vluchtelingen uit Tibet bekend werden in het Westen. Veel mensen raakten in de ban van de zingende klank die deze metalen kommen voortbrengen wanneer je met een wrijfstok langs de binnenkant van de rand gaat. Ze bezochten concerten, deden klankmassages, of experimenteerden zelf om de mogelijkheden van deze schalen te ontdekken. Maar waar komen ze oorspronkelijk vandaan en waar dienen ze voor? Eva Rudy Jansen vertelt hoe de eerste kennismaking van westerlingen als Erik Bruijn of Alexandra Davis-Neel met klank voortbrengende voorwerpen en klankschalen verliep. In Azië is het een eeuwenoude gewoonte klank voortbrengende voorwerpen te gebruiken bij meditatie of offerhandeling. Jansen behandelt de werking van klank. Vaak denken mensen dat die werking op suggestie berust, maar klank is een natuurkundig fenomeen: je kunt precies beschrijven hóe het werkt. Waaróm dat zo is, is een ander verhaal. Dat is een van de geheimen die achter de dingen schuilen en waarop elke religie een antwoord zoekt. Jansen maakt de lezer die een klankschaal wil aanschaffen wegwijs in de veelheid van schalen, elk met een eigen vorm, klank en karakter. In een extra hoofdstuk bespreekt ze 2 instrumenten die je in het Westen vaak samen met klankschalen ziet: tingsha's (twee schelletjes aan een koord, en bel en dorje. De bel is meer dan alleen een klankinstrument: hij staat voor het vrouwelijk principe of de leegte, terwijl de dorje (scepter of rituele bliksemschicht) het mannelijk principe van het onvernietigbare vertegenwoordigt.
Prijs: € 8,00

[B] Anneke Huyser
Wierookboekje. Soorten en gebruik
Ankh-Hermes 2001. Paperback, 95 p.
Bijz.: in goede staat. Formaat 9,5 x 19,5 cm.
Anneke Huyser verdiept zich in dit boek in de geuren van wierook en de uitwerking ervan. Ze vertelt over de geschiedenis van wierook en de invloed van geur en geurvibraties op lichaam, ziel en geest en het wezen van geuren. Ook geeft ze aan welke geuren bij de verschillende chakra's en elementen horen, en op wierook bij bepaalde toestanden of gelegenheden. Sommige soorten wierook zijn geschikt als bescherming, andere zijn harmoniseren of vitaliseren, verhogen de concentratie of werken ontspannend of reinigend. Huyser geeft aan hoe je wierook bij bepaalde rituelen kunt gebruiken, en hoe je in het algemeen het beste wierook kunt branden. Ook geeft ze aanwijzingen voor het zelf maken van wierook. Het grootste deel van het boek bestaat uit een lijst van geuren van A tot Z (van Aloë tot Ylang-ylang) die je voor wierook kunt gebruiken. Huyser vertelt over de herkomst van de geur, het karakter en de werking.
Prijs: € 6,00
Graag bij uw bestelling aangeven welke titel u wilt ontvangen

1678. Drutmar Cremer
Im Morgenrot singst du das neue Lied. Gedichte zu Glasmalereien von Marc Chagall
Matthias-Grünewald-Verlag, 4e dr. 1997. Gebonden met stofomslag, 96 p.
Bijz.: duitstalig. Stofomslag is wat gekruld op de bovenrand. De diepblauwe linnen band, tekst en afbeeldingen zijn goed. Het boek is op glad papier gedrukt en heeft een blauwe letter (goed leesbaar). Met 12 afbeeldingen in kleur
Drutmar Cremer, prior van de benedictijnerabdij van Maria Laach, verdiepte zich jarenlang in de glas-in-loodramen die Marc Chagall ontwierp voor twee kerken in Mainz en Zürich. In dit boek overdenkt Cremer in 12 hoofdstukken 12 bijbelse figuren die op die vensters te zien zijn. De hoofdkleur van de vensters is blauw, dé kleur van de mystieke ontmoeting. Elk hoofdstuk bevat een korte beschouwing van de betreffende bijbelse figuur, een afbeelding van Chagalls venster, en 2 gedichten van Cremer. In het eerste gedicht schetst Cremer het levens- en geloofsverhaal van de betreffende bijbelse figuur, in het tweede vraagt hij zich af of de ervaringen van zulke grote bijbelse gestalten ons nu nog iets kunnen zeggen. Elk van deze bijbelse figuren had zijn of haar eigen ontmoeting met de God van Israël – in werkelijkheid en droom, extase en teleurstelling – en elk van hen werd door God zelf geroepen. Doordat ze openstonden voor God, werden ze 'wegwijzers in de kosmos mens': hun leven vormt een mystieke achtergrond voor mensen uit alle tijden. Die mystieke ontmoeting komt in dit boek op twee niveaus tot uiting: in de prachtige kleuren van het werk van Chagall, en in de lyrische taal van Cremers gedichtencyclus. Cremer koos voor de volgende bijbelse figuren: 1. Adam en Eva; 2. Noach; 3. Abraham; 4. Sara; 5. Isaac en Rebecca; 6. Jakob; 7. Mozes; 8. Debora; 9. David; 10. Elija; 11. Maria; 12. Levensboom. Cremers teksten en gedichten over de oudtestamentische figuren culmineren in die over Maria. Haar ziet Cremer als de enige, geheel verloste mens uit het Nieuwe Testament, als gezegende moeder en begeleidster van haar zoon en heer, en als het oerbeeld van de Kerk. Cremer eindigt zijn gedichtencyclus met het kosmische beeld van de levensboom. Die omvat de levensprocessen van elke aardse én geestelijke schepping, en verbeeldt ook het kruis van Christus.
Prijs: € 12,00

1679. Georg Hartmann
Goetheanum-Glasfenster
Philosophisch-Anthroposophischer Verlag am Goetheanum 1971. Paperback, 75 p.
Bijz.: duitstalig. Vrijwel als nieuw. Met 12 afbeeldingen in kleur en een groot aantal zw/w afbeeldingen, tekeningen en schema's
Georg Hartmann gaat in dit boek in op de vragen die je kunt hebben bij het bekijken van de glasvensters van het Goetheanum. De vensters van het Eerste Goetheanum lieten wat 'binnen' is naar 'buiten' toe zien. Ze gaven de kosmische wereld weer die in het innerlijk van de mens leeft. De vormen van het Tweede Goetheanum geven de buitenwereld weer, de rotsen en heuvels van de Jura. De motieven van de vensters geven uitzicht op een aantal gebieden van de geestelijke wereld. Hartmann gaat in op de gebruikte techniek bij het maken van de vensters, namelijk het raderen van gekleurd glas. Daarna bespreekt hij de motieven per venster. In totaal zijn er negen vensters: het grote rode venster in het westen heeft de vorm van een drieluik, en de vier smalle vensters op het zuiden zijn net als die op het noorden groen, blauw, violet en roze van kleur. Van elk venster is een afbeelding in kleur opgenomen, naast afbeeldingen in zw/w. De beeldmotieven worden aan de hand van zw/w tekeningen duidelijk zichtbaar gemaakt. Het rode westelijke venster verbeeldt de scheppende krachten uit de etherische wereld. De groene vensters laten de confrontatie zien van de mens met Ahriman (noorden), en van de mens met Lucifer (zuiden). De blauwe vensters laten de inwerking van de kosmos zien op denken en waarnemen (noorden), en de inwerking van de geestelijke krachten van de wil op de ledematen (zuiden). De violette vensters laten zien welke weg de ziel aflegt in het leven na de dood (noorden), en de voorbereiding van de ziel op een volgend aardeleven (zuiden). Op het zuidelijke roze venster wordt de relatie weergegeven tussen de lichaamshoudingen liggen, zitten, staan en de bewustzijnstoestanden slapen, dromen, waken, met de geestelijke krachten die erin werken. Het noordelijke roze venster geeft weer hoe engelwezens de mens naar de etherische Christus leiden.
Prijs: € 8,00

1680. Lawrence Lee, George Seddon, Francis Stephens
Gebrandschilderd glas. Schilderen met licht
Atrium, 2e druk 1987. Gebonden, 207 p.
Bijz.: stofomslag ontbreekt. Blauw linnen band, tekst en afbeeldingen in goede staat. Met ca. 200 afbeeldingen in kleur: de meeste zijn foto's van Sonia Halliday en Laura Lushington, verder zijn er tekeningen in zw/w en kleur van diverse illustratoren. Formaat 27,5 x 37,5 cm.
Gebrandschilderd glas neemt in de kunst een aparte plaats in vanwege de invloed van een externe factor: het licht. De kleuren van het glas gaan pas leven, als het licht erdoor valt. Licht verandert het effect van een gebrandschilderd raam en naar gelang de weersomstandigheden en de tijd kan het licht per uur veranderen. Afhankelijk van het soort licht zijn de kleuren en voorstellingen fijntjes, krachtig of dramatisch. De glasschilderkunst ontwikkelt zich hand in hand met de gotische kathedralen. De gekleurde vensters moesten een indruk geven van Gods licht. Wie de kerk betrad, moest in een wereld komen die hem ontvankelijk zou maken voor het religieuze. Gebrandschilderd glas heeft het vermogen om een gewijde sfeer op te roepen. Maar na de middeleeuwen raakte het glasschilderen in verval. Kunst en kunde van het schilderen met glas gingen deels verloren, en bloeiden pas in de 20e eeuw weer op. De kunst werd toen niet meer alleen in kerken, maar ook daarbuiten toegepast. Auteurs en fotografen behandelen in dit boek ook modern werk, maar de meeste aandacht gaat naar gebrandschilderde ramen uit het verleden. Dat maakt dit boek een boeiende gids voor het rijke erfgoed van kerken en kathedralen in Europa.
In de eerste afdeling van dit boek behandelt Lawrence Lee kerkelijke en wereldlijke voorstellingen op de vensters, en de bijbelse en sociale context en symboliek ervan. Ook bespreekt hij de plaats van gebrandschilderd glas in de kerkarchitectuur, het materiaal glas, en het werken met glas. In de tweede afdeling geeft George Seddon een fascinerend overzicht van de geschiedenis van de glasschilderkunst van de 11e tot de 20e eeuw. De diverse stijlen en thema's zijn altijd afhankelijk van historische gebeurtenissen, levensbeschouwingen, technische vorderingen en esthetische opvattingen. Daarom plaatst Seddon de glasschilderkunst in de tijd van ontstaan en in relatie tot andere kunstuitingen. In de laatste afdeling gaat Francis Stephens in op het vakmanschap dat nodig is om een gebrandschilderd raam te maken, vanaf de eerste schets tot en met de uiteindelijke plaatsing. Ook bespreekt hij de restauratie van gebrandschilderd glas, met als voorbeeld de kathedraal van Canterbury.
Met achterin dit boek een toeristische gids, een verklarende woordenlijst en een register. Dit boek wil mensen laten genieten van gebrandschilderd glas waarvan de niet door mensen te regisseren wisselingen in kleur en helderheid de illusie blijven geven van een enigszins bovennatuurlijke beleving.
Prijs: € 14,50



Ander nieuws

Uw E-mailadres:

Aanmelden 





Powered by One-Stop-Webshop
Copyright © 2001-2018 Utz